Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof Amsterdam, 9 augustus 2017
ECLI:NL:GHAMS:2017:3411Zaaknummer 23/000797-17
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 9 augustus 2017
- Publicatiedatum
- 28 augustus 2017
- Zaaknummer
- 23/000797-17
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Voorlopige hechtenis
Het hof:
WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.
Deze beschikking is gegeven op 9 augustus 2017 in raadkamer van dit hof door
mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, voorzitter,
mrs. P. Greve en A.M. Ruige, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 9 augustus 2017,
de advocaat-generaal
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
23/000797-17
GERECHTSHOF AMSTERDAM
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKING op een verzoek strekkende tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte:
[appellant],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
wonende te [adres],
thans verblijvende in [detentieadres].
De feiten en de rechtsgang
Het hof heeft gezien het verzoek strekkende tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte. De raadsman heeft in raadkamer het verzoek beperkt tot een verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en het vonnis van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem van 23 februari 2017.
Het hof heeft bij de behandeling in raadkamer op 9 augustus 2017 gehoord de advocaat-generaal en de raadsman van de verdachte, mr. A.A. Boersma.
De beoordeling
De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte tussen wal en schip valt nu hij, gelet op artikel 15, derde lid aanhef en onder c, Wetboek van Strafrecht, niet in aanmerking komt voor voorwaardelijke invrijheidstelling, terwijl hij evenmin in aanmerking komt voor de SOB-regeling, nu er nog geen onherroepelijke uitspraak is. De raadsman heeft aangevoerd dat er nog geen datum bekend is van de inhoudelijke behandeling en dat uitgangspunt voor de strafoplegging het vonnis van de rechtbank dient te zijn, te weten 30 maanden. Indien de verdachte niet geschorst wordt is een SOB-verzoek in een later stadium illusoir.
Wat er zij van hetgeen door de raadsman is aangevoerd, ligt aan het hof ter beoordeling voor of het vluchtgevaar voldoende kan worden ondervangen. Het hof overweegt dat de verdachte geen binding heeft met Nederland en dat het vluchtgevaar onvoldoende kan worden ingeperkt door het stellen van schorsingsvoorwaarden. Het inleveren van het paspoort van de verdachte doet daar niet aan af, mede gelet op het internationale karakter van de feiten waarvoor de verdachte door de rechtbank is veroordeeld.
23/000797-17
De beslissing
Het hof:
WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.
Deze beschikking is gegeven op 9 augustus 2017 in raadkamer van dit hof door
mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, voorzitter,
mrs. P. Greve en A.M. Ruige, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 9 augustus 2017,
de advocaat-generaal
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 15 Sr
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.