Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof Amsterdam, 6 juli 2016
ECLI:NL:GHAMS:2016:2705Zaaknummer 23/004354-15
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 6 juli 2016
- Publicatiedatum
- 8 juli 2016
- Zaaknummer
- 23/004354-15
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Raadkamer
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Veroordeling voor ernstig strafbaar feit, het recht op family life en de voorlopige hechtenis
Het hof:
WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.
Deze beschikking is gegeven op 6 juli 2016 in raadkamer van dit hof door
mr. M.J.G.B. Heutink, voorzitter,
mrs. J.L. Bruinsma en T. de Bont, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 6 juli 2016,
de advocaat-generaal
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKING op een verzoek strekkende tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Hongarije) op [geboortedag] 1981,
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
thans gedetineerd in PI Lelystad te Lelystad.
De feiten en de rechtsgang
Het hof heeft gezien het namens de verdachte ingediende verzoekschrift strekkende tot schorsing van de voorlopige hechtenis, welk verzoekschrift is gedateerd op 24 juni 2016.
Het hof heeft voorts kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 14 oktober 2015, bij welk vonnis de verdachte ter zake van – kort gezegd – mensenhandel, meermalen gepleegd en witwassen is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaren, met aftrek van voorarrest.
De verdachte heeft op 28 oktober 2015 hoger beroep ingesteld tegen voornoemd vonnis.
De raadsvrouw van de verdachte heeft namens de verdachte het verzoekschrift strekkende tot schorsing van de voorlopige hechtenis bij de behandeling in raadkamer op 6 juli 2016 toegelicht en – kort gezegd – hernieuwde schorsing van de voorlopige hechtenis verzocht.
De advocaat-generaal heeft zich verzet tegen de schorsing van de voorlopige hechtenis.
De beoordeling
Met betrekking tot het door de verdachte gedane verzoek tot schorsing overweegt het hof dat er sprake is van de verdenking van een zeer ernstig feiten. De verdachte is inmiddels veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaren. Onder die omstandigheden kan van een schorsing alleen sprake zijn als zich zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden voordoen. Daarvan is niet gebleken. De verdachte heeft zich beroepen op zijn recht op “family life” als bedoeld in het eerste lid van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Blijkens het tweede lid van dit artikel moet het door de verdachte genoemde grondrecht echter wijken voor inmenging van het openbaar gezag ter voorkoming van strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Dit alles onder de in dit artikel vermelde voorwaarden, waaraan in dit geval is voldaan.
Om die reden zal het hof het verzoek van de verdachte afwijzen.
De beslissing
Het hof:
WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.
Deze beschikking is gegeven op 6 juli 2016 in raadkamer van dit hof door
mr. M.J.G.B. Heutink, voorzitter,
mrs. J.L. Bruinsma en T. de Bont, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 6 juli 2016,
de advocaat-generaal
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.