Uitspraak · Ondernemingsrecht

Gerechtshof Amsterdam, 5 januari 2015

ECLI:NL:GHAMS:2015:6Zaaknummer 200.138.441/02 OK

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
5 januari 2015
Publicatiedatum
9 januari 2015
Zaaknummer
200.138.441/02 OK
Rechtsgebied
Civiel recht, Ondernemingsrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

In verband met een minnelijike regeling worden de getroffen onmiddellijke voorzieningen opgeheven. De Ondernemingskamer is niet bevoegd decharge te verlenen.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

beëindigt met ingang van heden de bij haar beschikking van 28 oktober 2014 getroffen onmiddellijke voorzieningen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. A.C. Faber, raadsheren, en G.A. Cremers en H. de Munnik, raden, in tegenwoordigheid van mr. H.H.J. Zevenhuijzen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 5 januari 2015.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van het geding
  2. 2 De gronden van de beslissing
  3. 3 De beslissing

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.138.441/02 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 5 januari 2015

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MARKETING PEOPLE B.V.,

gevestigd te Nistelrode,

VERZOEKSTER,

advocaat: mr. B.A. Bendel, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

S&R HOLDING B.V.,

gevestigd te Beek,

VERWEERSTER,

advocaat: voorheen mr. M.M.H.J. Rompelberg, kantoorhoudende te Ubachsberg, thans

mr. Ph.W.A.M. van Roy, kantoorhoudende te Beek,

e n t e g e n

[A],

wonende te Beek,

BELANGHEBBENDE,

advocaat: voorheen mr. M.M.H.J. Rompelberg, kantoorhoudende te Ubachsberg, thans

mr. Ph.W.A.M. van Roy, kantoorhoudende te Beek.

1 Het verloop van het geding

1.1

Partijen worden hierna als volgt aangeduid:

verzoekster als Marketing People;

verweerster als S&R;

belanghebbende als [A];

verweerster en belanghebbende gezamenlijk als S&R c.s.

1.2

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 13 maart 2014, 10 juli 2014 en 28 oktober 2014 in deze zaak.

1.3

Bij de beschikking van 13 maart 2014 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van S&R en Direkt Mail Service Buro B.V. en mr. J.G. Princen te Rotterdam benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. Bij de beschikking van 28 oktober 2014 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – bij wijze van onmiddellijke voorzieningen [A] geschorst als bestuurder van S&R, mr. J.A. van der Have benoemd tot bestuurder van S&R en bepaald dat het prioriteitsaandeel en alle gewone aandelen in S&R zijn overgedragen aan mr. J.P. Zanders.

1.4

Mr. Bendel heeft bij faxbrief van 30 december 2014 de Ondernemingskamer bericht dat partijen een minnelijke regeling zijn overeengekomen en dat zij in dat kader de Ondernemingskamer eenparig verzoeken de bij de beschikking van 28 oktober 2014 getroffen onmiddellijke voorzieningen op te heffen.

1.5

Bij brief van 31 december 2014 heeft mr. Van Roy het verzoek van mr. Bendel bevestigd en de Ondernemingskamer verzocht de getroffen onmiddellijke voorzieningen te beëindigen.

1.6

Mr. Van der Have heeft bij e-mail van 30 december 2014, mede namens mr. Zanders, bericht dat er geen bezwaar bestaat tegen het opheffen van de onmiddellijke voorzieningen en dat hun kosten zijn voldaan.

2 De gronden van de beslissing

2.1

Nu alle in deze procedure verschenen partijen hebben verzocht de bij de beschikking van 28 oktober 2014 getroffen onmiddellijke voorzieningen op te heffen en de Ondernemingskamer voorts niet is gebleken van enig belang dat zich verzet tegen het verzochte, zal de Ondernemingskamer het verzoek inwilligen, een en ander met ingang van heden.

2.2

Voor zover het verzoek er toe strekt dat de Ondernemingskamer de tijdelijke bestuurder decharge verleent voor het door hem gevoerde bestuur, is dat verzoek niet toewijsbaar omdat de Ondernemingskamer die bevoegdheid niet toekomt (vgl. OK 18 maart 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ9683).

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

beëindigt met ingang van heden de bij haar beschikking van 28 oktober 2014 getroffen onmiddellijke voorzieningen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. A.C. Faber, raadsheren, en G.A. Cremers en H. de Munnik, raden, in tegenwoordigheid van mr. H.H.J. Zevenhuijzen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 5 januari 2015.

Wetsartikelen in deze uitspraak

  • Artikel 2:345; 349a BW

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.