Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Amsterdam, 8 november 2006

ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ2209Zaaknummer 15-634170/05

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
8 november 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
15-634170/05
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beschikking inzake opheffing voorlopige hechtenis Schipholbrand

Het hof:

WIJST AF het beroep tegen de beslissing, houdende afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis.

SCHORST het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 8 november 2006,

zulks onder de voorwaarden dat:

1. hij indien de opheffing der schorsing mocht worden bevo-len, zich niet aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis zal onttrekken.

2. hij, ingeval hij wegens het feit waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen, tot andere dan vervangende vrij-heidsstraf mocht worden veroordeeld, zich aan de ten-uitvoerlegging daarvan niet zal onttrekken.

3. hij aan iedere oproeping vanwege een justitiële instan-tie gevolg zal geven.

4. hij zich niet zal schuldig maken aan strafbare feiten.

5. Dat verdachte domicilie zal kiezen ten kantore van mr. Damman [adres raadsman]

Deze beschikking is gegeven op 8 november 2006 in raadkamer van dit hof door

mr. Houben, voorzitter,

mrs. Schipper en Van Wijnen-Vergeer, raadsheren,

in tegenwoordigheid van Bekker als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte.

Amsterdam, 8 november 2006,

de advocaat-generaal

Volledige tekst

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM, ZEVENDE MEERVOUDIGE STRAFKAMER

BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van

[Verdachte]

tegen de beslissing van de rechtbank te Haarlem van 9 oktober 2006, houdende afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank te Haarlem van 12 oktober 2006, waarbij namens verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beslissing van die rechtbank.

Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. Damman.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beslissing waarvan beroep en de gronden waarop deze berust.

Het hof acht echter termen aanwezig de schorsing van de voorlopige hechtenis te bevelen, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de psychische en lichamelijke gevolgen voor verdachte van de gebeurtenissen van 26 oktober 2005, onder de navolgende voorwaarden.

De beslissing

Het hof:

WIJST AF het beroep tegen de beslissing, houdende afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis.

SCHORST het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 8 november 2006,

zulks onder de voorwaarden dat:

1. hij indien de opheffing der schorsing mocht worden bevo-len, zich niet aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis zal onttrekken.

2. hij, ingeval hij wegens het feit waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen, tot andere dan vervangende vrij-heidsstraf mocht worden veroordeeld, zich aan de ten-uitvoerlegging daarvan niet zal onttrekken.

3. hij aan iedere oproeping vanwege een justitiële instan-tie gevolg zal geven.

4. hij zich niet zal schuldig maken aan strafbare feiten.

5. Dat verdachte domicilie zal kiezen ten kantore van mr. Damman [adres raadsman]

Deze beschikking is gegeven op 8 november 2006 in raadkamer van dit hof door

mr. Houben, voorzitter,

mrs. Schipper en Van Wijnen-Vergeer, raadsheren,

in tegenwoordigheid van Bekker als griffier.

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte.

Amsterdam, 8 november 2006,

de advocaat-generaal

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.