Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 22 juni 2026

ECLI:NL:CRVB:2026:887Zaaknummer 25/306 AOW-V

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22 juni 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
25/306 AOW-V
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Verzet
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzet gegrond. Niet vastgesteld kan worden of de betalingsherinneringen op de juiste wijze zijn verzonden. De feitelijke gang van zaken rond de bezorging is niet meer goed vast te stellen en niet duidelijk is of en aan wie de nota en de aangetekende betalingsherinnering van het griffierecht is aangeboden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.

Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier in tegenwoordigheid van E.J..E. Veldhuizen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 juni 2026.

(getekend) H.G. Rottier

(getekend) E.J.E. Veldhuizen

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. PROCESVERLOOP
  2. OVERWEGINGEN
  3. BESLISSING
  4. (getekend) H.G. Rottier

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

25/306 AOW-V

Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 december 2024, 24/475 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak: 22 juni 2026

PROCESVERLOOP

In de uitspraak van 20 februari 2026 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is voldaan.

Appellant heeft verzet gedaan.

OVERWEGINGEN

In verzet heeft appellant aangevoerd dat hij zowel de nota van 20 februari 2025 als het aangetekende rappel voor de betaling van het griffierecht van 24 maart 2025 niet heeft ontvangen.

De Raad kan niet vaststellen dat de nota en de betalingsherinnering van 20 februari 2025 en 24 maart 2025 op de juiste wijze zijn verzonden. De feitelijke gang van zaken rond de bezorging is niet meer goed vast te stellen en niet duidelijk is of en aan wie de nota en de aangetekende betalingsherinnering van het griffierecht is aangeboden.

Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van 20 februari 2026 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Aan appellant zal een nieuwe termijn worden gegund voor het voldoen van het griffierecht.

Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.

Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier in tegenwoordigheid van E.J..E. Veldhuizen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 juni 2026.

(getekend) H.G. Rottier

(getekend) E.J.E. Veldhuizen

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.