Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 30 september 2026

ECLI:NL:CRVB:2026:1365Zaaknummer 24/2502 WMO15-PV

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30 september 2026
Publicatiedatum
22 oktober 2026
Zaaknummer
24/2502 WMO15-PV
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen op grond van de Wmo 2015. Geen inhoudelijke gronden ingediend tegen de hoogte van de eigen bijdrage. Ook het verzoek om schadevergoeding is in het geheel niet onderbouwd. Bevestiging aangevallen uitspraak.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraken, voor zover aangevochten, en wijst de verzoeken om veroordeling tot vergoeding van schade af.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

1. Appellant ontvangt sinds geruime tijd maatwerkvoorzieningen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Appellant moet daarvoor een bijdrage betalen. De hoger beroepen zijn gericht tegen uitspraken over diverse op meerdere jaren betrekking hebbende besluiten, brieven en (herstel)facturen en afgewezen verzoeken om schadevergoeding.

2. De Raad stelt – evenals de rechtbank – vast dat appellant geen inhoudelijke gronden heeft ingediend tegen de hoogte van de eigen bijdrage.

3. De Raad bepreekt de tegen de aangevallen uitspraken ingediende beroepsgronden als volgt.

3.1.

Dat, zoals de Raad opmaakt uit de hoger beroepschriften, de opeenvolgende besluiten, brieven en facturen bij appellant tot verwarring hebben geleid, acht de Raad begrijpelijk. Dit betekent echter niet dat de rechtbank een onjuist oordeel heeft gegeven over de beroepen die appellant heeft ingesteld.

3.2.

Alleen al omdat het proces-verbaal van de zitting van de rechtbank Gelderland van 1 augustus 2024 appellant is toegezonden, leidt wat appellant daarover heeft aangevoerd niet tot het kennelijk beoogde doel.

3.3.

Appellant heeft zijn betoog dat de rechtbank blijk heeft gegeven van vooringenomenheid dan wel in strijd met de goede procesorde heeft gehandeld niet onderbouwd, zodat ook dit betoog geen doel treft.

3.4.

De door appellant in zijn beroepen telkens herhaalde verzoeken het CAK te veroordelen tot het vergoeden van schade tot een bedrag van € 123.456,78 zijn eveneens in het geheel niet onderbouwd, zodat de rechtbank deze verzoeken alleen daarom al terecht heeft afgewezen.

4. Het voorgaande brengt mee dat de hoger beroepen niet slagen. De aangevallen uitspraken worden bevestigd. Daarom is er ook geen aanleiding om de in hoger beroep gedane – evenmin onderbouwde – verzoeken om het CAK te veroordelen tot het vergoeden van schade toe te wijzen.

5. Voor een proceskostenvergoeding is geen aanleiding. Appellant krijgt ook betaald griffierecht niet terug.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) F.M. Gerritsen (getekend) D. Hardonk-Prins

Volledige tekst

24/2502 WMO15-PV, 24/2756 WMO15-PV, 24/2758 WMO15-PV, 24/2759 WMO15-PV, 24/2760 WMO15-PV, 24/2761 WMO15-PV, 24/2762 WMO15-PV, 24/2763 WMO15-PV, 24/2764 WMO15-PV, 26/680 WMO15-PV, 26/681 WMO15-PV, 26/682 WMO15-PV, 26/683 WMO15-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraken van de rechtbank Gelderland van 2 oktober 2024,

22/3139 (aangevallen uitspraak 1; zaaknummer CRvB 24/2502)

22/2943 (aangevallen uitspraak 2; zaaknummer CRvB 24/2756)

22/4584 (aangevallen uitspraak 3; zaaknummer CRvB 24/2758)

22/502 (aangevallen uitspraak 4; zaaknummer CRvB 24/2759)

22/5660 (aangevallen uitspraak 5; zaaknummer CRvB 24/2760)

22/5663 (aangevallen uitspraak 6; zaaknummer CRvB 24/2761)

22/5664 (aangevallen uitspraak 7; zaaknummer CRvB 24/2762)

23/5666 (aangevallen uitspraak 8; zaaknummer CRvB 24/2763)

23/5667 (aangevallen uitspraak 9; zaaknummer CRvB 24/2764)

en op het hoger beroep tegen de uitspraken van de rechtbank Gelderland van 3 maart 2026,

25/2658 (aangevallen uitspraak 10; zaaknummer CRvB 26/680)

25/2247 (aangevallen uitspraak 11; zaaknummer CRvB 26/681)

25/240 (aangevallen uitspraak 12; zaaknummer CRvB 26/682)

25/4029 (aangevallen uitspraak 13; zaaknummer CRvB 26/683)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

CAK

Datum uitspraak: 30 september 2026

Zitting heeft: D. Hardonk-Prins

Griffier: F.M. Gerritsen

De meervoudige kamer heeft de zaken verwezen naar een enkelvoudige kamer.

De Raad heeft de zaken in verband met hun samenhang gevoegd ter behandeling aan de orde gesteld op een zitting van 30 september 2026. Partijen zijn niet verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraken, voor zover aangevochten, en wijst de verzoeken om veroordeling tot vergoeding van schade af.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

1. Appellant ontvangt sinds geruime tijd maatwerkvoorzieningen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Appellant moet daarvoor een bijdrage betalen. De hoger beroepen zijn gericht tegen uitspraken over diverse op meerdere jaren betrekking hebbende besluiten, brieven en (herstel)facturen en afgewezen verzoeken om schadevergoeding.

2. De Raad stelt – evenals de rechtbank – vast dat appellant geen inhoudelijke gronden heeft ingediend tegen de hoogte van de eigen bijdrage.

3. De Raad bepreekt de tegen de aangevallen uitspraken ingediende beroepsgronden als volgt.

3.1.

Dat, zoals de Raad opmaakt uit de hoger beroepschriften, de opeenvolgende besluiten, brieven en facturen bij appellant tot verwarring hebben geleid, acht de Raad begrijpelijk. Dit betekent echter niet dat de rechtbank een onjuist oordeel heeft gegeven over de beroepen die appellant heeft ingesteld.

3.2.

Alleen al omdat het proces-verbaal van de zitting van de rechtbank Gelderland van 1 augustus 2024 appellant is toegezonden, leidt wat appellant daarover heeft aangevoerd niet tot het kennelijk beoogde doel.

3.3.

Appellant heeft zijn betoog dat de rechtbank blijk heeft gegeven van vooringenomenheid dan wel in strijd met de goede procesorde heeft gehandeld niet onderbouwd, zodat ook dit betoog geen doel treft.

3.4.

De door appellant in zijn beroepen telkens herhaalde verzoeken het CAK te veroordelen tot het vergoeden van schade tot een bedrag van € 123.456,78 zijn eveneens in het geheel niet onderbouwd, zodat de rechtbank deze verzoeken alleen daarom al terecht heeft afgewezen.

4. Het voorgaande brengt mee dat de hoger beroepen niet slagen. De aangevallen uitspraken worden bevestigd. Daarom is er ook geen aanleiding om de in hoger beroep gedane – evenmin onderbouwde – verzoeken om het CAK te veroordelen tot het vergoeden van schade toe te wijzen.

5. Voor een proceskostenvergoeding is geen aanleiding. Appellant krijgt ook betaald griffierecht niet terug.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) F.M. Gerritsen (getekend) D. Hardonk-Prins

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.