Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 30 september 2026

ECLI:NL:CRVB:2026:1361Zaaknummer 25/2064 WMO15-PV

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30 september 2026
Publicatiedatum
21 oktober 2026
Zaaknummer
25/2064 WMO15-PV
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep, Proces-verbaal
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Mondelinge uitspraak. In hoger beroep herhaling van gronden in bezwaar en beroep. In wat appellanten in hoger beroep en tijdens de zitting naar voren hebben gebracht, heeft de Raad geen steun gevonden voor het oordeel dat appellanten wegens medische of andere redenen in de te beoordelen periode zijn aangewezen op een maatwerkvoorziening voor individuele ondersteuning in de vorm van een pgb door vaste hulpverlener met een Somalische achtergrond. Appellanten hebben ontoereikendheid van de ondersteuning door [naam stichting] niet onderbouwd. Zij hebben in het verleden gebruik gemaakt van deze basisondersteuning en doen dat ook nu weer.

Conclusie en gevolgen

4.4.

Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat het bestreden besluit over de afwijzing van de gevraagde maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb in stand blijft.

5. Omdat het hoger beroep niet slaagt, krijgen appellanten geen vergoeding voor hun proceskosten. Ook krijgen appellanten het betaalde griffierecht niet terug.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) F.M. Gerritsen (getekend) D. Hardonk-Prins

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. BESLISSING
  2. OVERWEGINGEN
  3. Inleiding
  4. Het oordeel van de Raad
  5. Conclusie en gevolgen

25/2064 WMO15-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 27 augustus 2025, 25/345 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant 1] en [appellant 2] te [woonplaats] (appellanten)

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden (college)

Datum uitspraak: 30 september 2026

Zitting heeft: D. Hardonk-Prins

Griffier: F.M. Gerritsen

De zitting is gehouden op 30 september 2026. Namens appellanten is [naam] verschenen, bijgestaan door mr. J. Robben, advocaat. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door B.L.J. van der Horst.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Met een besluit van 12 mei 2023, gehandhaafd met een beslissing op bezwaar van 26 november 2024 (bestreden besluit), heeft het college de aanvraag van appellanten om individuele ondersteuning van een vaste hulpverlener van Somalische afkomst in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) afgewezen. Het college heeft hieraan ten grondslag gelegd dat appellanten voor de ondersteuning gebruik kunnen maken van een algemene voorziening in de vorm van basisondersteuning verzorgd door [naam stichting].

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. De rechtbank heeft (samengevat en voor zover van belang) overwogen dat het begrijpelijk is dat appellanten ondersteuning door een persoon van Somalische afkomst als optimaal ervaren, maar dat niet is gebleken dat hiervoor een noodzaak bestaat. Het college heeft voldoende gemotiveerd waarom de basisondersteuning die [naam stichting] wil bieden voor appellanten toereikend is.

3. Appellanten zijn het met de uitspraak van de rechtbank niet eens en hebben hiertegen hoger beroep ingesteld. De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar de enkelvoudige kamer.

Het oordeel van de Raad

4. Appellanten hebben in hoger beroep geen wezenlijk nieuwe of andere gronden naar voren gebracht dan wat zij in beroep hebben aangevoerd. De rechtbank heeft deze beroepsgronden in de aangevallen uitspraak afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom deze niet leiden tot een vernietiging van het bestreden besluit. De Raad onderschrijft in grote lijnen de overwegingen van de rechtbank en volstaat met een verwijzing daarnaar. Hieraan wordt het volgende toegevoegd.

4.1.

De te beoordelen periode is in dit geval de periode van 17 maart 2023 tot en met 26 november 2024, oftewel de periode van de aanvraag tot en met het bestreden besluit.

4.2.

Het geschil spitst zich toe op de vraag of de ondersteuning die appellanten nodig hebben alleen kan worden geboden door de door hun gewenste persoon van Somalische afkomst. In wat appellanten in hoger beroep en tijdens de zitting naar voren hebben gebracht, heeft de Raad geen steun gevonden voor het oordeel dat appellanten wegens medische of andere redenen in de te beoordelen periode zijn aangewezen op een maatwerkvoorziening voor individuele ondersteuning in de vorm van een pgb door die vaste hulpverlener met een Somalische achtergrond. Appellanten hebben ontoereikendheid van de ondersteuning door [naam stichting] niet onderbouwd. Zij hebben in het verleden gebruik gemaakt van deze basisondersteuning en doen dat ook nu weer.

4.3.

Voor zover appellanten menen dat hun ondersteuningsbehoefte inmiddels is gewijzigd, staat het hun vrij om een nieuwe aanvraag bij het college in te dienen.

Conclusie en gevolgen

4.4.

Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat het bestreden besluit over de afwijzing van de gevraagde maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb in stand blijft.

5. Omdat het hoger beroep niet slaagt, krijgen appellanten geen vergoeding voor hun proceskosten. Ook krijgen appellanten het betaalde griffierecht niet terug.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) F.M. Gerritsen (getekend) D. Hardonk-Prins

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.