Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep, 24 september 2026
ECLI:NL:CRVB:2026:1280Zaaknummer 25/1832 WMO15
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Datum uitspraak
- 24 september 2026
- Publicatiedatum
- 20 oktober 2026
- Zaaknummer
- 25/1832 WMO15
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Afwijzing aanvraag maatwerkvoorziening voor vervoer in de vorm van een gesloten buitenwagen. De Raad verenigt zich met de aangevallen uitspraak. Appellante wordt niet gevolgd in haar standpunt dat een gesloten buitenwagen nodig is, omdat ze niet in de kou met de scootmobiel kan reizen vanwege een toename van overprikkelingsklachten. Dat appellante gepaste kleding en verkrijgbare oplossingen voor de scootmobiel, zoals een voetenzak en een scherm geen gebruik kan maken, omdat dit haar teveel energie zou kosten, is door haar niet onderbouwd. Bovendien kan zij bij slecht weer eventueel gebruik maken van individueel taxivervoer.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door L.M. Tobé in tegenwoordigheid van C.C.M. van ‘t Hol als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 september 2026.
(getekend) L.M. Tobé
(getekend) C.C.M. van ‘t Hol
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
25/1832 WMO15
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 3 september 2025, 25/1297 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Dronten (college)
Datum uitspraak: 24 september 2026
SAMENVATTING
De Raad is het eens met het oordeel van de rechtbank dat het college de aanvraag van appellante om een maatwerkvoorziening bestaande uit een gesloten buitenwagen terecht heeft afgewezen. Dit betekent dat appellante geen gelijk krijgt.
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld en stukken ingediend. Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 13 augustus 2026. Partijen zijn niet verschenen.
OVERWEGINGEN
Inleiding
1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
Appellante is bekend met psychische problematiek die zich ook fysiek uit. De problematiek belemmert appellante in haar dagelijkse functioneren. Er is sprake van een algehele overbelasting waarbij zij sterk reageert op interne en externe prikkels. Ook is zij beperkt in haar loopvermogen. Aan appellante is onder meer een scootmobiel toegekend. Zij heeft bij het college op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) een aanvraag ingediend voor een maatwerkvoorziening voor vervoer in de vorm van een gesloten buitenwagen.
Met een besluit van 31 juli 2024, gehandhaafd met een beslissing op bezwaar van 14 februari 2025 (bestreden besluit), heeft het college, onder verwijzing naar een advies van JPH Consult van 7 februari 2025, de aanvraag van appellante afgewezen.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. De rechtbank heeft hiertoe het volgende overwogen. Het college heeft een zorgvuldig onderzoek gedaan. In het medisch advies van JPH Consult is geconcludeerd dat er geen noodzaak bestaat voor een gesloten buitenwagen. De scootmobiel is volgens de medisch adviseur passend voor appellante om in haar directe woonomgeving te gebruiken. Door daarnaast een financiële tegemoetkoming voor individueel taxivervoer en ambulante begeleiding voor appellante aan te bieden heeft het college een passende bijdrage geleverd aan het realiseren van een situatie waarin appellante tot zelfredzaamheid of participatie in staat is. Appellante kan met de scootmobiel op kleine afstanden boodschappen doen en deelnemen aan maatschappelijke activiteiten. Als zij beperkt wordt door de weersomstandigheden, kan zij daarvoor gepaste kleding dragen en kunnen andere oplossingen worden geboden. Voor de lange afstanden en als appellante meer beschutting nodig acht, kan appellante gebruik maken van individueel taxivervoer. Hierdoor kan zij op ieder gewild moment naar en van een locatie vertrekken, hoeft zij niet lang te wachten en hoeft zij de taxi niet met anderen te delen, zodat de overprikkeling tot een minimum kan worden beperkt. Met de ambulante begeleiding kan zij spanningsmomenten buitenshuis, zoals het wachten op een taxi, rustiger laten verlopen.
Het standpunt van appellante
3. Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Zij heeft zich op het standpunt gesteld dat zij is aangewezen op een gesloten buitenwagen.
Het oordeel van de Raad
4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
De Raad verenigt zich met de overwegingen en het oordeel van de rechtbank, zoals onder 2 weergeven. De Raad voegt hier het volgende aan toe. Appellante wordt niet gevolgd in haar standpunt dat een gesloten buitenwagen nodig is, omdat ze niet in de kou met de scootmobiel kan reizen vanwege een toename van overprikkelingsklachten. In zijn rapport van 7 februari 2025 heeft de medisch adviseur van JPH Consult dit argument betrokken en geconcludeerd dat appellante de kou zoveel mogelijk kan beperken met gepaste kleding en verkrijgbare oplossingen voor de scootmobiel, zoals een voetenzak en een scherm. Dat appellante van deze middelen geen gebruik kan maken, omdat dit haar teveel energie zou kosten, is door haar niet onderbouwd. Bovendien kan zij bij slecht weer eventueel gebruik maken van individueel taxivervoer. Ook in wat appellante verder heeft aangevoerd en aan stukken heeft overgelegd, ziet de Raad geen aanleiding om te twijfelen aan het medisch advies van JPH, zodat het college het bestreden besluit hierop mocht baseren.
De rechtbank is dan ook met juistheid tot de conclusie gekomen dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat met de combinatie van een scootmobiel, een financiële tegemoetkoming voor individueel taxivervoer en ambulante begeleiding een passende bijdrage wordt geleverd aan het realiseren van een situatie waarin appellante tot zelfredzaamheid of participatie in staat is en dat zij niet is aangewezen op een gesloten buitenwagen.
Conclusie en gevolgen
Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Appellante krijgt dus geen gesloten buitenwagen.
5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door L.M. Tobé in tegenwoordigheid van C.C.M. van ‘t Hol als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 september 2026.
(getekend) L.M. Tobé
(getekend) C.C.M. van ‘t Hol
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.