Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 16 april 2025

ECLI:NL:CRVB:2025:591Zaaknummer 23/2885 ONBEK

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16 april 2025
Publicatiedatum
18 april 2025
Zaaknummer
23/2885 ONBEK
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door C. Karman, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 april 2025.

(getekend) C. Karman

(getekend) A. Giesen

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. PROCESVERLOOP
  2. OVERWEGINGEN
  3. BESLISSING

Datum uitspraak: 16 april 2025

23/2885 ONBEK

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN

Artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat het beroepschrift wordt ondertekend en ten minste een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht bevat. In het tweede lid is bepaald dat bij het beroepschrift zo mogelijk een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft, wordt overgelegd. Ingevolge artikel 6:24 van de Awb zijn deze bepalingen van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Bij het ingediende beroepschrift is geen aangevallen uitspraak overgelegd. Evenmin is uit dit beroepschrift af te leiden tegen welke uitspraak van welke rechtbank het is gericht. Zo ontbreekt de datum van de uitspraak en is ook niet duidelijk welk bestuursorgaan de andere (verwerende) partij is.

Bij brief van 13 oktober 2023 heeft de Raad appellant verzocht binnen vier weken een kopie te zenden van de aangevallen uitspraak.

Appellant heeft niet op deze brief gereageerd.

Bij brief van 29 november 2023 heeft de Raad appellant de brief van 13 oktober 2023 in herinnering gebracht en is appellant verzocht binnen vier weken te reageren op deze brief.

Appellant heeft bij digitaal bericht van 7 december 2023 op dit verzoek gereageerd. Hierin heeft appellant aangegeven dat hij het niet eens is met een bepaalde gang van zaken, maar uit het bericht valt nog steeds niet af te leiden tegen welke uitspraak het hoger beroep is gericht.

Bij aangetekende brief van 19 april 2024 heeft de Raad appellant voor de laatste keer in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na de datum van deze brief een kopie van de uitspraak van de rechtbank toe te zenden. Daarbij is erop gewezen dat appellant er rekening mee moet houden dat het hoger beroep niet inhoudelijk behandeld zal worden, indien appellant de uitspraak niet toezendt.

De aangetekende brief is op 23 april 2024 bij de Raad retour binnengekomen. Op het postlabel is aangegeven dat appellant geweigerd heeft de brief in ontvangst te nemen.

Op 17 mei 2024 heeft de Raad de brief van 19 april 2024 nogmaals aan appellant toegezonden, ditmaal per gewone (niet-aangetekende) post.

De Raad heeft niets meer van appellant vernomen en kan niet vaststellen tegen welke uitspraak het hoger beroep is gericht.

Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. Het hoger beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door C. Karman, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 april 2025.

(getekend) C. Karman

(getekend) A. Giesen

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.