Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 29 februari 2024

ECLI:NL:CRVB:2024:491Zaaknummer 22/3213 AOW

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
29 februari 2024
Publicatiedatum
15 maart 2024
Zaaknummer
22/3213 AOW
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Derdenbeslag. De Svb heeft met de door de deurwaarder opgegeven beslagvrije voet rekening gehouden en daar het besluit op gebaseerd. De rechtmatigheid en omvang van het beslag kan niet door de Svb of de Raad worden beoordeeld.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Appellant ontvangt sinds 17 juli 2021 een ouderdomspensioen op grond van de AOW[_acd35925-ee60-4b2d-83bb-24410da59ab2] naar de norm van een ongehuwde pensioengerechtigde. Op 10 februari 2022 heeft de Svb appellant laten weten dat GGN Mastering Credit derdenbeslag heeft gelegd op zijn ouderdomspensioen. GGN Mastering Credit heeft de Svb verzocht iedere maand een bedrag in te houden op het ouderdomspensioen, waarbij rekening gehouden dient te worden met een beslagvrije voet van € 1.025,- per maand.

In het bestreden besluit stelt de Svb dat hij verplicht is uitvoering te geven aan de beslaglegging en daarbij uit moet gaan van de gegevens die de beslaglegger heeft verstrekt. Alleen de burgerlijke rechter mag beoordelen of er terecht en juist beslag is gelegd. Wel controleert de Svb of hij het beslag op de juiste manier uitvoert. Omdat het beslag goed wordt uitgevoerd, is het bezwaar van appellant ongegrond.

De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. Volgens de rechtbank heeft de Svb op juiste wijze uitvoering gegeven aan het beslag.

Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Appellant heeft tegen de uitspraak aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de Svb het beslag juist uitvoert. Volgens appellant blijkt uit de stukken dat de Svb fouten heeft gemaakt, op het gebied van informatieverstrekking, controleren van de juistheid van het beslag en het ontbreken van een belangenafweging.

De Svb heeft in verweer laten weten van mening te zijn dat er een juiste uitvoering is gegeven aan de beslaglegging. Ook deelt de Svb mee dat in de maanden januari 2022 tot en met mei 2022 een bedrag is ingehouden op het ouderdomspensioen van appellant. De vordering was in mei 2022 voldaan, wat door de deurwaarder is bevestigd.

Het is vaste rechtspraak dat bij het uitvoeren van een beslaglegging de Raad alleen kan beoordelen of de Svb binnen de kaders van het beslag is gebleven. Met de rechtbank beantwoordt de Raad die vraag bevestigend. De Svb heeft met de door de deurwaarder opgegeven beslagvrije voet rekening gehouden en daar het besluit op gebaseerd. De Raad heeft daarin geen onjuistheden aangetroffen. Verder voldoet het besluit aan de eisen zoals gesteld in artikel 1:3 Awb[_6486ccd0-75a2-499e-a147-d5870f492b00]. De rechtmatigheid en omvang van het beslag kan niet door de Svb of de Raad worden beoordeeld.

Nu de Svb geen onrechtmatig besluit heeft genomen, wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) L.C. van Bentum (getekend) M.L. Noort

Voor eensluidend afschrift

de griffier van de

Centrale Raad van Beroep

Volledige tekst

22 3213 AOW

Datum uitspraak: 29 februari 2024

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 29 augustus 2022, 22/666 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Zitting heeft: M.L. Noort, als lid van de enkelvoudige kamer

Griffier: L.C. van Bentum

Partijen zijn niet verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Appellant ontvangt sinds 17 juli 2021 een ouderdomspensioen op grond van de AOW[_acd35925-ee60-4b2d-83bb-24410da59ab2] naar de norm van een ongehuwde pensioengerechtigde. Op 10 februari 2022 heeft de Svb appellant laten weten dat GGN Mastering Credit derdenbeslag heeft gelegd op zijn ouderdomspensioen. GGN Mastering Credit heeft de Svb verzocht iedere maand een bedrag in te houden op het ouderdomspensioen, waarbij rekening gehouden dient te worden met een beslagvrije voet van € 1.025,- per maand.

In het bestreden besluit stelt de Svb dat hij verplicht is uitvoering te geven aan de beslaglegging en daarbij uit moet gaan van de gegevens die de beslaglegger heeft verstrekt. Alleen de burgerlijke rechter mag beoordelen of er terecht en juist beslag is gelegd. Wel controleert de Svb of hij het beslag op de juiste manier uitvoert. Omdat het beslag goed wordt uitgevoerd, is het bezwaar van appellant ongegrond.

De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. Volgens de rechtbank heeft de Svb op juiste wijze uitvoering gegeven aan het beslag.

Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Appellant heeft tegen de uitspraak aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de Svb het beslag juist uitvoert. Volgens appellant blijkt uit de stukken dat de Svb fouten heeft gemaakt, op het gebied van informatieverstrekking, controleren van de juistheid van het beslag en het ontbreken van een belangenafweging.

De Svb heeft in verweer laten weten van mening te zijn dat er een juiste uitvoering is gegeven aan de beslaglegging. Ook deelt de Svb mee dat in de maanden januari 2022 tot en met mei 2022 een bedrag is ingehouden op het ouderdomspensioen van appellant. De vordering was in mei 2022 voldaan, wat door de deurwaarder is bevestigd.

Het is vaste rechtspraak dat bij het uitvoeren van een beslaglegging de Raad alleen kan beoordelen of de Svb binnen de kaders van het beslag is gebleven. Met de rechtbank beantwoordt de Raad die vraag bevestigend. De Svb heeft met de door de deurwaarder opgegeven beslagvrije voet rekening gehouden en daar het besluit op gebaseerd. De Raad heeft daarin geen onjuistheden aangetroffen. Verder voldoet het besluit aan de eisen zoals gesteld in artikel 1:3 Awb[_6486ccd0-75a2-499e-a147-d5870f492b00]. De rechtmatigheid en omvang van het beslag kan niet door de Svb of de Raad worden beoordeeld.

Nu de Svb geen onrechtmatig besluit heeft genomen, wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) L.C. van Bentum (getekend) M.L. Noort

Voor eensluidend afschrift

de griffier van de

Centrale Raad van Beroep

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.