Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 13 maart 2024

ECLI:NL:CRVB:2024:488Zaaknummer 21/4588 WLZ

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13 maart 2024
Publicatiedatum
15 maart 2024
Zaaknummer
21/4588 WLZ
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het CIZ in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 837,-.

Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 maart 2024.

(getekend) D. Hardonk-Prins

(getekend) A. Giesen

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. PROCESVERLOOP
  2. OVERWEGINGEN
  3. BESLISSING

Datum uitspraak: 13 maart 2024

21/4588 WLZ

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 1 december 2021, 21/912 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

het CIZ

[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Het CIZ heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Bij brief van 17 april 2023 heeft het CIZ het hoger beroep ingetrokken.

Namens betrokkene heeft mr. M. Alta, advocaat, verzocht het CIZ te veroordelen in de proceskosten.

Het CIZ heeft bij brief van 11 juli 2023 laten weten akkoord te gaan met een vergoeding van de proceskosten.

Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.

Het CIZ heeft het hoger beroep ingetrokken. Dit geeft aanleiding om het CIZ te veroordelen in de proceskosten.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het CIZ reeds veroordeeld in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het bezwaar en het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Gelet hierop wordt het CIZ alleen nog veroordeeld in de door betrokkene in hoger beroep gemaakte kosten. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 837,- (1 punt voor het indienen van het verweerschrift).

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het CIZ in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 837,-.

Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 maart 2024.

(getekend) D. Hardonk-Prins

(getekend) A. Giesen

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.