Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 27 juni 2024

ECLI:NL:CRVB:2024:1278Zaaknummer 23/881 WIA

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27 juni 2024
Publicatiedatum
5 juli 2024
Zaaknummer
23/881 WIA
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Proceskostenveroordeling. Intrekking hoger beroep. Het bestuursorgaan is volledig tegemoet gekomen aan de bezwaren van appellant.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 3.724,76;

- bepaalt dat het Uwv het door appellant beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van

€ 185,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door S. Wijna, in tegenwoordigheid van D. Schaap als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 juni 2024.

(getekend) S. Wijna

(getekend) D. Schaap

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. PROCESVERLOOP
  2. OVERWEGINGEN
  3. BESLISSING

Datum uitspraak: 27 juni 2024

23/881 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 7 februari 2023, 21/2059 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. S.J.W.C. Lipman hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het Uwv heeft op 24 januari 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.

Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Het hoger beroep is ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 24 januari 2024 volledig aan het hoger beroep van appellant is tegemoetgekomen. Omdat aan appellant is tegemoetgekomen, is er aanleiding om het Uwv te veroordelen in de proceskosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 875,- in beroep (voor het indienen van het beroepschrift) en € 875,- in hoger beroep (voor het indienen van het hogerberoepschrift).

Appellant heeft een deskundigenrapport van verzekeringsarts L. Greveling-Fockens ingediend. De kosten die appellant in dit verband redelijkerwijs heeft moeten maken komen gedeeltelijk voor vergoeding in aanmerking. De werkzaamheden van de verzekeringsarts (14,50 uren) worden vergoed conform het Besluit tarieven in strafzaken 2003. Er wordt daarbij uitgegaan van een maximaal uurtarief van € 136,19 (in 2022). Dit betekent dat voor de werkzaamheden een bedrag van € 1.974,76 wordt vergoed.

De totale proceskostenveroordeling bedraagt € 3.724,76.

Tevens zal het Uwv worden veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht. Dat griffierecht bedraagt in totaal € 185,-.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 3.724,76;

- bepaalt dat het Uwv het door appellant beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van

€ 185,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door S. Wijna, in tegenwoordigheid van D. Schaap als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 juni 2024.

(getekend) S. Wijna

(getekend) D. Schaap

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.