Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 28 juni 2024

ECLI:NL:CRVB:2024:1274Zaaknummer 24/311 AOW

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
28 juni 2024
Publicatiedatum
5 juli 2024
Zaaknummer
24/311 AOW
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep, Proceskostenveroordeling
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

  • veroordeelt de Svb in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 875,-;
  • bepaalt dat de Svb aan appellante het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 138,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in tegenwoordigheid vanA.Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2024.

(getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum

(getekend) A. Giesen

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. PROCESVERLOOP
  2. OVERWEGINGEN
  3. BESLISSING

Datum uitspraak: 28 juni 2024

24/311 AOW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 december 2023, 23/4135

Partijen:

[appellante] te [woonplaats], Schotland (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.W.M.T. Schaminée hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank.

Bij brief van 27 maart 2024 heeft mr. Schaminée namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht de Svb te veroordelen in de proceskosten.

De Svb heeft bij brief van 22 mei 2024 laten weten bereid te zijn de proceskosten te vergoeden.

Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Vastgesteld wordt dat mr. Schaminée namens appellante het hoger beroep heeft ingetrokken naar aanleiding van een nieuwe beslissing op bezwaar van de Svb van 15 maart 2024. Met deze nieuwe beslissing is volledig aan de bezwaren van appellante tegemoetgekomen.

Bij brief van 22 mei 2024 heeft de Svb laten weten de door appellante gemaakte kosten in eerste aanleg reeds te hebben uitbetaald. Daarom wordt de Svb alleen nog veroordeeld in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 875,- (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift).

Ook dient de Svb het door appellante in hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

  • veroordeelt de Svb in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 875,-;
  • bepaalt dat de Svb aan appellante het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 138,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in tegenwoordigheid vanA.Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2024.

(getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum

(getekend) A. Giesen

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.