Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 15 mei 2023

ECLI:NL:CRVB:2023:996Zaaknummer 20 / 1061 WMO15

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15 mei 2023
Publicatiedatum
30 mei 2023
Zaaknummer
20 / 1061 WMO15
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Ter zitting komt het college appellant tegemoetkomt in het thans nog resterende geschilpunt. Appellant heeft daarop het hoger beroep ingetrokken. Het college wordt veroordeeld in de kosten gemaakt in beroep en hoger beroep.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het college in de kosten van appellant tot een bedrag van € 3.766,50, te betalen door het college aan appellant.

Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend, in tegenwoordigheid van I. van der Hout als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2023.

(getekend) B.J. van de Griend

(getekend) I. van der Hout

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 20 1061 WMO15
  2. OVERWEGINGEN
  3. BESLISSING

20 1061 WMO15

Datum uitspraak: 15 mei 2023

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 10 februari 2020, 19/2998 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Tiel (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. K. Wevers hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting van de meervoudige kamer heeft, deels via videobellen, plaatsgevonden op 22 juni 2022. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Wevers. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I. Sangster. Ter zitting is de behandeling geschorst.

Partijen hebben nadere stukken ingediend.

De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar de enkelvoudige kamer.

Het onderzoek ter zitting is voortgezet op 3 april 2023. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Wevers. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Sangster. Appellant heeft het hoger beroep ter zitting ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Ter zitting van 3 april 2023 is gebleken dat het college appellant tegemoetkomt in het thans nog resterende geschilpunt. Appellant heeft daarop het hoger beroep ingetrokken.

Het college wordt veroordeeld in de kosten die appellant in verband met de behandeling het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.674,- in beroep (1 punt voor beroepschrift en 1 punt voor verschijnen ter zitting: totaal 2 punten) en € 2.092,50 in hoger beroep (1 punt voor hoger beroepschrift, 1 punt voor de zitting op 22 juni 2022 en 0,5 punt voor de zitting op 3 april 2023: totaal 2,5 punt).

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het college in de kosten van appellant tot een bedrag van € 3.766,50, te betalen door het college aan appellant.

Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend, in tegenwoordigheid van I. van der Hout als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2023.

(getekend) B.J. van de Griend

(getekend) I. van der Hout

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.