Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 21 maart 2023

ECLI:NL:CRVB:2023:636Zaaknummer 22/2757 PW

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
21 maart 2023
Publicatiedatum
13 april 2023
Zaaknummer
22/2757 PW
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Hoger beroep en verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Appellant overleden. Niet is gebleken van erfgenamen die appellant als partij in dit geding zijn opgevolgd en die het geding zouden willen voortzetten. Ook na de oproep in de Staatscourant heeft niemand zich daarvoor gemeld. Dit betekent dat er geen processueel belang meer is om het hoger beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening te beoordelen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

  • verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
  • verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door A.J. Schaap, in tegenwoordigheid van M. Zwart als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2023.

(getekend) A.J. Schaap

(getekend) M. Zwart

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 22 2757 PW, 22/2758 PW-VV
  2. OVERWEGINGEN
  3. BESLISSING

22 2757 PW, 22/2758 PW-VV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 5 augustus 2022, 22/2682 (aangevallen uitspraak) en op het verzoek om een voorlopige voorziening

Partijen:

[appellant], in leven laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen (college)

Datum uitspraak: 21 maart 2023

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.

Op [datum] 2022 is appellant overleden.

De Raad heeft, gelet op artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de Staatscourant van 5 december 2022 een oproep aan de erven van appellant gedaan om zich te melden en te kennen te geven of zij de procedure wensen voort te zetten.

Niemand heeft zich gemeld.

Het college heeft desgevraagd verklaard niet gebruik te willen maken van het recht om op een zitting te worden gehoord, waarna het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb is gesloten.

OVERWEGINGEN

1. De indiener van het hoger beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening, appellant, is overleden. Daarmee is zijn belang bij de voortzetting van het geding vervallen.

2. Niet is gebleken van erfgenamen die appellant als partij in dit geding zijn opgevolgd en die het geding zouden willen voortzetten. Ook na de oproep in de Staatscourant heeft niemand zich daarvoor gemeld.

3. Dit betekent dat er geen processueel belang meer is om het hoger beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening te beoordelen. Het hoger beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening zullen daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

  • verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
  • verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door A.J. Schaap, in tegenwoordigheid van M. Zwart als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2023.

(getekend) A.J. Schaap

(getekend) M. Zwart

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.