Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 15 november 2023

ECLI:NL:CRVB:2023:2132Zaaknummer 22/1957 CRTV

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15 november 2023
Publicatiedatum
16 november 2023
Zaaknummer
22/1957 CRTV
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep, Proceskostenveroordeling
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 2.511,-;

- bepaalt dat het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 908,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door E.J.J.M. Weyers, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 november 2023.

(getekend) E.J.J.M. Weyers

(getekend) M.D.F. de Moor

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. PROCESVERLOOP
  2. OVERWEGINGEN
  3. BESLISSING

Datum uitspraak: 15 november 2023

22/1957 CRTV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 10 mei 2022, 21/2598 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante], gevestigd te [vestigingsplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. C.J.M. de Wit, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft op 9 november 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.

Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Vastgesteld wordt dat het Uwv bij het gewijzigde besluit van 9 november 2022 de beslissing op bezwaar van 5 mei 2021 heeft ingetrokken en het bezwaar van appellante tegen het primaire besluit van 12 november 2020 gegrond heeft verklaard. Het Uwv heeft daarbij vastgesteld dat appellante recht heeft op een compensatie van de door appellante aan [Naam] betaalde transitievergoeding tot een bedrag van € 18.758,07.

Aldus is aan het beroep en hoger beroep van appellante tegemoetgekomen. Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.674,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor de zitting bij de rechtbank) en € 837,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift). Appellante heeft in bezwaar niet gevraagd om vergoeding van de door haar in bezwaar gemaakte proceskosten, zodat deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen.

Ook dient het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 2.511,-;

- bepaalt dat het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 908,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door E.J.J.M. Weyers, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 november 2023.

(getekend) E.J.J.M. Weyers

(getekend) M.D.F. de Moor

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.