Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep, 31 augustus 2023
ECLI:NL:CRVB:2023:1720Zaaknummer 22/1308 WAJONG-PV
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Datum uitspraak
- 31 augustus 2023
- Publicatiedatum
- 8 september 2023
- Zaaknummer
- 22/1308 WAJONG-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Hoger beroep niet-ontvankelijk. Geen procesbelang. Appellant is overleden. Niet is gebleken van erfgenamen die appellante als partij in de onderhavige gedingen zijn opgevolgd en deze gedingen zouden willen voortzetten.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Namens appellant heeft mr. Noorlander hoger beroep ingesteld.
Op [datum] 2022 is appellant overleden.
De Raad heeft, gelet op het bepaalde in artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in de Staatscourant van 11 augustus 2023 aangekondigd dat het onderzoek ter zitting zal plaatsvinden op 31 augustus 2023.
De indiener van het hoger beroep, appellant, is overleden. Daarmee is zijn belang bij de voortzetting van het geding vervallen.
Niet is gebleken van erfgenamen die appellant als partij in dit geding zijn opgevolgd en die het geding zouden willen voortzetten. Ook na de aankondiging in de Staatscourant heeft niemand zich daarvoor gemeld.
Dit betekent dat er geen processueel belang meer is om het hoger beroep te beoordelen. Het hoger beroep is daarom niet-ontvankelijk.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
Utrecht, 31 augustus 2023
De griffier. Het lid van de enkelvoudige kamer.
de griffier is verhinderd te ondertekenen. (getekend) S.B. Smit-Colenbrander
Volledige tekst
22 1308 WAJONG-PV
Datum uitspraak: 31 augustus 2023
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 10 maart 2022, 20/8178 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant], in leven laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Zitting heeft: S.B. Smit-Colenbrander
Griffier: L. Winters
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 31 augustus 2023. Voor appellant is mr. R.M. Noorlander verschenen. Het Uwv heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Namens appellant heeft mr. Noorlander hoger beroep ingesteld.
Op [datum] 2022 is appellant overleden.
De Raad heeft, gelet op het bepaalde in artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in de Staatscourant van 11 augustus 2023 aangekondigd dat het onderzoek ter zitting zal plaatsvinden op 31 augustus 2023.
De indiener van het hoger beroep, appellant, is overleden. Daarmee is zijn belang bij de voortzetting van het geding vervallen.
Niet is gebleken van erfgenamen die appellant als partij in dit geding zijn opgevolgd en die het geding zouden willen voortzetten. Ook na de aankondiging in de Staatscourant heeft niemand zich daarvoor gemeld.
Dit betekent dat er geen processueel belang meer is om het hoger beroep te beoordelen. Het hoger beroep is daarom niet-ontvankelijk.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
Utrecht, 31 augustus 2023
De griffier. Het lid van de enkelvoudige kamer.
de griffier is verhinderd te ondertekenen. (getekend) S.B. Smit-Colenbrander
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.