Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 23 augustus 2023

ECLI:NL:CRVB:2023:1630Zaaknummer 22/601 ZW

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
23 augustus 2023
Publicatiedatum
24 augustus 2023
Zaaknummer
22/601 ZW
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Met nader besluit volledig tegemoetgekomen. Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 3.766,50;

- bepaalt dat het Uwv aan appellante het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht

van in totaal € 185,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door E.W. Akkerman, in tegenwoordigheid van S. Pouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 augustus 2023.

(getekend) E.W. Akkerman

(getekend) S. Pouw

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 22 601 ZW
  2. OVERWEGINGEN
  3. BESLISSING

22 601 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 19 januari 2022, 21/1248 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 23 augustus 2023

PROCESVERLOOP

De Raad heeft in het geding tussen partijen op 25 januari 2023 een tussenuitspraak, ECLI:NL:CRVB:2023:187, gedaan (tussenuitspraak).

Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft het Uwv op 30 mei 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. Appellante heeft hierop een zienswijze gegeven.

Met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelezen in verbinding met artikel 8:108, eerste lid, van de Awb, is een nader onderzoek ter zitting achterwege gelaten, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

1.1.

Vastgesteld wordt dat het Uwv met de nieuwe beslissing op bezwaar van 30 mei 2023 alsnog volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen. Hierdoor bestaat er feitelijk geen geschil meer tussen partijen. Dat brengt mee dat, nu appellante het hoger beroep niet heeft ingetrokken, het hoger beroep van appellante door het ontbreken van een procesbelang niet-ontvankelijk wordt verklaard.

1.2.

Omdat het Uwv appellante na het instellen van beroep en hoger beroep tegemoet is gekomen, bestaat aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken.

1.2.1.

In de beslissing op bezwaar van 30 mei 2023 heeft het Uwv al een vergoeding toegekend voor verleende rechtsbijstand in bezwaar.

1.2.2.

De kosten voor verleende rechtsbijstand in beroep en hoger beroep worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 1.674,- in beroep (1 punt voor het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 837,-) en € 2.092,50 in hoger beroep (1 punt voor het hogerberoepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting en 0,5 punt voor de schriftelijke zienswijze, met een waarde per punt van € 837,-), in totaal € 3.766,50. Ook wordt bepaald dat het Uwv aan appellante het door haar in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht vergoedt.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 3.766,50;

- bepaalt dat het Uwv aan appellante het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht

van in totaal € 185,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door E.W. Akkerman, in tegenwoordigheid van S. Pouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 augustus 2023.

(getekend) E.W. Akkerman

(getekend) S. Pouw

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.