Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 26 juli 2023

ECLI:NL:CRVB:2023:1450Zaaknummer 19 / 3059 WLZ

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26 juli 2023
Publicatiedatum
1 augustus 2023
Zaaknummer
19 / 3059 WLZ
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

  • veroordeelt het zorgkantoor in de kosten van appellante tot een bedrag van € 4.123,50;
  • bepaalt dat het zorgkantoor aan appellante het voor het beroep en het hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 174,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 juli 2023.

(getekend) D. Hardonk-Prins

(getekend) A. Giesen

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. PROCESVERLOOP
  2. OVERWEGINGEN
  3. BESLISSING

Datum uitspraak: 26 juli 2023

19/3059 WLZ

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 23 mei 2019, 18/2581 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats], Spanje (appellante)

CZ Zorgkantoor B.V. (zorgkantoor)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. A.G.P. de Boon, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Bij brief van 5 juli 2022 heeft mr. De Boon namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het zorgkantoor te veroordelen in de proceskosten.

Het zorgkantoor heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Vastgesteld wordt dat mr. De Boon het hoger beroep heeft ingetrokken naar aanleiding van een brief van het zorgkantoor van 9 juni 2022, waarin het zorgkantoor heeft gemeld dat de bij het besluit van 1 maart 2018 gehandhaafde terugvordering van het verleende persoonsgebonden budget (pgb) over het budgetjaar 2016 niet langer kan standhouden. Het zorgkantoor heeft dit bevestigd met de vaststellingsbeschikking van 29 maart 2023, waarin is bepaald dat het pgb over 2016 € 50.596,- bedraagt en dat appellante over 2016 niets hoeft terug te betalen. Hiermee is aan de bezwaren van appellante tegemoetgekomen.

Het zorgkantoor wordt veroordeeld in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.194,- in bezwaar (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het bijwonen van de (telefonische) hoorzitting), € 1.674,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 1.255,50 in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift en 0,5 punt voor schriftelijke inlichtingen).

Daarnaast zal het zorgkantoor het door appellante voor het beroep en het hoger beroep betaalde griffierecht moeten vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

  • veroordeelt het zorgkantoor in de kosten van appellante tot een bedrag van € 4.123,50;
  • bepaalt dat het zorgkantoor aan appellante het voor het beroep en het hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 174,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 juli 2023.

(getekend) D. Hardonk-Prins

(getekend) A. Giesen

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.