Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep, 18 juli 2023
ECLI:NL:CRVB:2023:1444Zaaknummer 23 / 500 WMO15
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Datum uitspraak
- 18 juli 2023
- Publicatiedatum
- 1 augustus 2023
- Zaaknummer
- 23 / 500 WMO15
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald. Verzoekster heeft voor het niet betalen van griffierecht geen goede reden gegeven. Verzoeken om herziening zijn niet-ontvankelijk.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart de verzoeken om herziening niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet degene die een verzoek om herziening indient griffierecht betalen.[_503ffd04-4c38-4373-b81c-e39e848f6a79]
Op 17 en 22 februari 2023 zijn er daarom brieven aan verzoekster verstuurd waarin staat dat zij binnen 28 dagen voor iedere zaak € 136,- griffierecht moet betalen.
Op 20 en 25 maart 2023 zijn aangetekende brieven aan verzoekster verstuurd, waarin staat dat zij de verschuldigde bedragen binnen vier weken moet betalen. In die brieven staat ook dat als zij dat niet doet, zij er dan rekening mee moet houden dat de verzoeken om herziening niet inhoudelijk behandeld zullen worden.
Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald.
Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat verzoekster niet in verzuim is geweest. Dat wil zeggen dat verzoekster voor het niet betalen van griffierecht geen goede reden heeft gegeven.
De verzoeken om herziening zijn daarom niet-ontvankelijk.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) B. Beerens (getekend) J.T.H. Zimmerman
Volledige tekst
23 500 WMO, 23/631 PW, 23/632 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op de verzoeken om herziening van de uitspraken van de Raad van 19 april 2022, 20/217, 21/128 en 21/1594
Partijen:
[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)
het college van burgemeester en wethouders van Schagen (college)
Datum uitspraak: 18 juli 2023
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 juli 2023. Verzoekster is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door F.D. van Otegem-Wijers en M.W.J. Poulie-Van Bommel.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart de verzoeken om herziening niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet degene die een verzoek om herziening indient griffierecht betalen.[_503ffd04-4c38-4373-b81c-e39e848f6a79]
Op 17 en 22 februari 2023 zijn er daarom brieven aan verzoekster verstuurd waarin staat dat zij binnen 28 dagen voor iedere zaak € 136,- griffierecht moet betalen.
Op 20 en 25 maart 2023 zijn aangetekende brieven aan verzoekster verstuurd, waarin staat dat zij de verschuldigde bedragen binnen vier weken moet betalen. In die brieven staat ook dat als zij dat niet doet, zij er dan rekening mee moet houden dat de verzoeken om herziening niet inhoudelijk behandeld zullen worden.
Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald.
Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat verzoekster niet in verzuim is geweest. Dat wil zeggen dat verzoekster voor het niet betalen van griffierecht geen goede reden heeft gegeven.
De verzoeken om herziening zijn daarom niet-ontvankelijk.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) B. Beerens (getekend) J.T.H. Zimmerman
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.