Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep, 7 september 2022
ECLI:NL:CRVB:2022:2049Zaaknummer 21/1627 WMO15-PV
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Datum uitspraak
- 7 september 2022
- Publicatiedatum
- 4 oktober 2022
- Zaaknummer
- 21/1627 WMO15-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Aanvraag voor WMO-ondersteuning terecht afgewezen. Zorgvuldig onderzoek. Het college heeft mogen afgaan op wat appellante in het bijzijn van een tolk heeft verklaard.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
OVERWEGINGEN
Appellante heeft op 30 december 2019 bij het college een aanvraag gedaan voor ondersteuning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
Bij besluit van 16 januari 2020, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 24 augustus 2020 (bestreden besluit), heeft het college die aanvraag afgewezen.
2. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe – voor zover van belang – overwogen dat het college zorgvuldig onderzoek heeft verricht.
Appellante heeft zich in hoger beroep op het standpunt gesteld dat discrepanties in wat zij rondom de melding en aanvraag naar voren heeft gebracht over het bestaan van psychische klachten voor het college aanleiding hadden moeten zijn om een diepgaander onderzoek te verrichten.
Dit betoog slaagt niet. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het college zorgvuldig onderzoek heeft verricht en dat het college heeft mogen afgaan op wat appellante in het bijzijn van een tolk heeft verklaard en wat is bevestigd bij de met toestemming van appellante gedane navraag bij de Afdeling Werk en Inkomen van de gemeente Veenendaal. Dat de rechtbank daarbij een onjuiste gespreksdatum van 23 december 2019 heeft vermeld, doet aan de juistheid van het oordeel waartoe de rechtbank is gekomen niet af.
4. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter van de meervoudige kamer
(getekend) E.J. van der Veldt (getekend) D. Hardonk-Prins
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
21 1627 WMO 15-PV
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 17 maart 2021, 20/3529 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal (college)
Datum uitspraak: 7 september 2022
Zitting hebben: D. Hardonk-Prins als voorzitter en B.J. van de Griend en A.E. Dutrieux als leden
Griffier: E.J. van der Veldt
Appellante is niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N.V. Volchenko.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
OVERWEGINGEN
Appellante heeft op 30 december 2019 bij het college een aanvraag gedaan voor ondersteuning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
Bij besluit van 16 januari 2020, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 24 augustus 2020 (bestreden besluit), heeft het college die aanvraag afgewezen.
2. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe – voor zover van belang – overwogen dat het college zorgvuldig onderzoek heeft verricht.
Appellante heeft zich in hoger beroep op het standpunt gesteld dat discrepanties in wat zij rondom de melding en aanvraag naar voren heeft gebracht over het bestaan van psychische klachten voor het college aanleiding hadden moeten zijn om een diepgaander onderzoek te verrichten.
Dit betoog slaagt niet. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het college zorgvuldig onderzoek heeft verricht en dat het college heeft mogen afgaan op wat appellante in het bijzijn van een tolk heeft verklaard en wat is bevestigd bij de met toestemming van appellante gedane navraag bij de Afdeling Werk en Inkomen van de gemeente Veenendaal. Dat de rechtbank daarbij een onjuiste gespreksdatum van 23 december 2019 heeft vermeld, doet aan de juistheid van het oordeel waartoe de rechtbank is gekomen niet af.
4. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter van de meervoudige kamer
(getekend) E.J. van der Veldt (getekend) D. Hardonk-Prins
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.