Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 1 september 2022

ECLI:NL:CRVB:2022:1956Zaaknummer 22/58 WIA-

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
1 september 2022
Publicatiedatum
16 september 2022
Zaaknummer
22/58 WIA-
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Proces-verbaal. Terechte beëindiging WGA-vervolguitkering op de grond dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Appellant heeft in hoger beroep geen nieuwe medische gegevens ingediend of nieuwe gronden naar voren gebracht die aanknopingspunten bieden om te twijfelen aan de medische conclusies van het Uwv.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen de beslissing op bezwaar van 20 november 2020 ongegrond verklaard. Bij dat besluit heeft het Uwv zijn beslissing van 16 juni 2020 gehandhaafd waarin de WGA-vervolguitkering van appellant met ingang van 17 augustus 2020 is beëindigd, omdat appellant per die datum minder dan 35% arbeidsongeschikt is.

De rechtbank heeft de beroepsgronden uitvoerig besproken en is tevens ingegaan op de in het dossier aanwezige informatie van behandelaren van appellant. De Raad sluit zich aan bij wat de rechtbank in de aangevallen uitspraak heeft overwogen.

De gronden die hij heeft aangevoerd zijn in essentie dezelfde gronden als in beroep. Die gronden zijn door de rechtbank gemotiveerd weerlegd. In hoger beroep heeft appellant geen nieuwe medische gegevens ingediend of nieuwe gronden naar voren gebracht die aanknopingspunten bieden om te twijfelen aan de medische conclusies van het Uwv.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend.) A.M.M Chevalier (getekend.) T. Dompeling

Volledige tekst

22 58 WIA-PV

Datum uitspraak: 1 september 2022

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 26 november 2021, 20/6771 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Zitting heeft: T. Dompeling

Griffier: A.M.M Chevalier

Ter zitting zijn verschenen namens appellant mr. A.B.B. Beelaard en de zoon van appellant. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. I. Smit.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen de beslissing op bezwaar van 20 november 2020 ongegrond verklaard. Bij dat besluit heeft het Uwv zijn beslissing van 16 juni 2020 gehandhaafd waarin de WGA-vervolguitkering van appellant met ingang van 17 augustus 2020 is beëindigd, omdat appellant per die datum minder dan 35% arbeidsongeschikt is.

De rechtbank heeft de beroepsgronden uitvoerig besproken en is tevens ingegaan op de in het dossier aanwezige informatie van behandelaren van appellant. De Raad sluit zich aan bij wat de rechtbank in de aangevallen uitspraak heeft overwogen.

De gronden die hij heeft aangevoerd zijn in essentie dezelfde gronden als in beroep. Die gronden zijn door de rechtbank gemotiveerd weerlegd. In hoger beroep heeft appellant geen nieuwe medische gegevens ingediend of nieuwe gronden naar voren gebracht die aanknopingspunten bieden om te twijfelen aan de medische conclusies van het Uwv.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend.) A.M.M Chevalier (getekend.) T. Dompeling

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.