Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 15 april 2021

ECLI:NL:CRVB:2021:957Zaaknummer 17/6651 ZW-PV

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15 april 2021
Publicatiedatum
29 april 2021
Zaaknummer
17/6651 ZW-PV
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Appellante is overleden. Niet is gebleken van erfgenamen die appellante als partij in het onderhavige geding zijn opgevolgd en het geding zouden willen voortzetten.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Namens appellante heeft mr. C.F.A. Cadot, advocaat, hoger beroep ingesteld. Appellante is op [sterfdatum] 2019 overleden. Niet is gebleken van erfgenamen die appellante als partij in het onderhavige geding zijn opgevolgd en het geding zouden willen voortzetten. Ook na aankondiging in de Staatscourant van 10 maart 2020 (Staatscourant 2021, 11561 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl)) hebben zich geen belanghebbenden gemeld met het verzoek als partij aan het geding deel te mogen nemen. Hieruit volgt dat het processuele belang aan de beoordeling van het hoger beroep is komen te ontvallen. Het hoger beroep van appellante wordt om die reden niet-ontvankelijk verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier. Het lid van de enkelvoudige kamer.

(getekend) G.S.M. van Duinkerken (getekend) A.T. de Kwaasteniet

Volledige tekst

17 6651 ZW-PV

Datum uitspraak: 15 april 2021

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 28 augustus 2017, 17/1537 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

Wijlen [appellante], in leven laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Zitting heeft: A.T. de Kwaasteniet, als lid van de enkelvoudige kamer

Griffier: G.S.M. van Duinkerken

Van de zijde van de erfgenamen is niemand verschenen. Het Uwv is met bericht niet verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Namens appellante heeft mr. C.F.A. Cadot, advocaat, hoger beroep ingesteld. Appellante is op [sterfdatum] 2019 overleden. Niet is gebleken van erfgenamen die appellante als partij in het onderhavige geding zijn opgevolgd en het geding zouden willen voortzetten. Ook na aankondiging in de Staatscourant van 10 maart 2020 (Staatscourant 2021, 11561 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl)) hebben zich geen belanghebbenden gemeld met het verzoek als partij aan het geding deel te mogen nemen. Hieruit volgt dat het processuele belang aan de beoordeling van het hoger beroep is komen te ontvallen. Het hoger beroep van appellante wordt om die reden niet-ontvankelijk verklaard.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier. Het lid van de enkelvoudige kamer.

(getekend) G.S.M. van Duinkerken (getekend) A.T. de Kwaasteniet

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.