Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep, 23 november 2021
ECLI:NL:CRVB:2021:2930Zaaknummer 18/6434 PW
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Datum uitspraak
- 23 november 2021
- Publicatiedatum
- 29 november 2021
- Zaaknummer
- 18/6434 PW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Hoger beroep niet-ontvankelijk. Niet is gebleken van erfgenamen die appellant als partij in dit geding zijn opgevolgd en die het geding zouden willen voortzetten.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door M.F. Wagner als voorzitter en A.J. Schaap en M. van Paridon als leden, in tegenwoordigheid van B. van Dijk als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 november 2021.
(getekend) M.F. Wagner
(getekend) B. van Dijk
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
18 6434 PW, 18/6435 PW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Datum uitspraak: 23 november 2021
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 5 november 2018, 17/6260 en 17/6271 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant], in leven laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen (college)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. M.W. Cobussen, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 25 januari 2019 heeft mr. Cobussen zich als gemachtigde onttrokken.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 januari 2021. Appellant is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door D.C.J. Woltering.
Op 21 februari 2021 is appellant overleden.
De Raad heeft het onderzoek heropend en, gelet op artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in de Staatscourant van 1 juli 2021 een oproep aan de erven van appellant gedaan om zich te melden en te kennen te geven of zij de procedure wensen voort te zetten.
Niemand heeft zich gemeld.
Het college heeft desgevraagd niet verklaard gebruik te willen maken van het recht om op een zitting te worden gehoord, waarna het onderzoek is gesloten.
OVERWEGINGEN
1. De indiener van het hoger beroep, appellant, is overleden. Daarmee is een belang bij voortzetting van het geding vervallen.
2. Niet is gebleken van erfgenamen die appellant als partij in dit geding zijn opgevolgd en die het geding zouden willen voortzetten. Ook na de oproep in de Staatscourant heeft niemand zich gemeld.
3. Uit wat onder 1 en 2 is overwogen, volgt dat het processuele belang aan de beoordeling van het hoger beroep is ontvallen. Het hoger beroep zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door M.F. Wagner als voorzitter en A.J. Schaap en M. van Paridon als leden, in tegenwoordigheid van B. van Dijk als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 november 2021.
(getekend) M.F. Wagner
(getekend) B. van Dijk
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.