Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 12 augustus 2020

ECLI:NL:CRVB:2020:2390Zaaknummer 19/5371 WLZ-PV

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12 augustus 2020
Publicatiedatum
12 oktober 2020
Zaaknummer
19/5371 WLZ-PV
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat CIZ het bestreden besluit op het advies van de medisch adviseur heeft kunnen baseren. Uit het advies van de medisch adviseur van CIZ volgt dat de aanwezige beperkingen niet leiden tot een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, van de Wlz.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is ter zitting van 12 augustus 2020 uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

1. Bij besluit van 21 februari 2019, gehandhaafd bij besluit van 1 mei 2019 (bestreden besluit), heeft CIZ de aanvraag van appellante voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) afgewezen. CIZ heeft een advies van de medisch adviseur van CIZ van 25 maart 2019 aan dat besluit ten grondslag gelegd.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank, samengevat, overwogen dat CIZ zich op basis van het advies van de medisch adviseur op het standpunt heeft kunnen stellen dat uit de somatische grondslag geen blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid volgt.

3. Het hoger beroep slaagt niet. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat CIZ het bestreden besluit op het advies van de medisch adviseur heeft kunnen baseren. Uit het advies van de medisch adviseur van CIZ volgt dat de aanwezige beperkingen niet leiden tot een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, van de Wlz. Appellante heeft in (hoger) beroep geen medische informatie overgelegd waarmee is onderbouwd dat de medisch adviseur de situatie van appellante onjuist heeft ingeschat.

4. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) R.H. Koopman (getekend) J.P.A Boersma

Voor eensluidend afschrift

de griffier van de

Centrale Raad van Beroep

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 19 5371 WLZ-PV
  2. CIZ
  3. BESLISSING

19 5371 WLZ-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 18 december 2019, 19/2804 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

CIZ

Datum uitspraak: 12 augustus 2020

Zitting heeft: J.P.A. Boersma

Griffier: R.H. Koopman

Ter zitting zijn verschenen: Appellante is niet verschenen. CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S. Kersjes-van Bussel.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is ter zitting van 12 augustus 2020 uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

1. Bij besluit van 21 februari 2019, gehandhaafd bij besluit van 1 mei 2019 (bestreden besluit), heeft CIZ de aanvraag van appellante voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) afgewezen. CIZ heeft een advies van de medisch adviseur van CIZ van 25 maart 2019 aan dat besluit ten grondslag gelegd.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank, samengevat, overwogen dat CIZ zich op basis van het advies van de medisch adviseur op het standpunt heeft kunnen stellen dat uit de somatische grondslag geen blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid volgt.

3. Het hoger beroep slaagt niet. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat CIZ het bestreden besluit op het advies van de medisch adviseur heeft kunnen baseren. Uit het advies van de medisch adviseur van CIZ volgt dat de aanwezige beperkingen niet leiden tot een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, van de Wlz. Appellante heeft in (hoger) beroep geen medische informatie overgelegd waarmee is onderbouwd dat de medisch adviseur de situatie van appellante onjuist heeft ingeschat.

4. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) R.H. Koopman (getekend) J.P.A Boersma

Voor eensluidend afschrift

de griffier van de

Centrale Raad van Beroep

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.