Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep, 23 juli 2020
ECLI:NL:CRVB:2020:1605Zaaknummer 18/4295 WIA
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Datum uitspraak
- 23 juli 2020
- Publicatiedatum
- 27 juli 2020
- Zaaknummer
- 18/4295 WIA
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep. Met nader besluit geheel tegemoetgekomen.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
- veroordeelt het Uwv in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 4.409,75;
- bepaalt dat het Uwv aan appellant het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 172,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Wijna, in tegenwoordigheid van H. Spaargaren als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2020.
(getekend) S. Wijna
(getekend) H. Spaargaren
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
18 4295 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van
26 juni 2018, 17/1702 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 23 juli 2020
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. H. Kraimi, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Partijen hebben nadere stukken ingediend.
Het Uwv heeft op 20 november 2019 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 6 januari 2020 heeft appellant te kennen gegeven dat het Uwv tegemoet is gekomen, appellante heeft verzocht om vergoeding van de proceskosten.
Onder toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een onderzoek ter zitting achterwege gebleven, waarna de Raad het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb heeft gesloten.
OVERWEGINGEN
Vastgesteld wordt dat het Uwv met de nieuwe beslissing op bezwaar van 20 november 2019 alsnog volledig aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen. Hierdoor bestaat er feitelijk geen geschil meer tussen partijen. Dat brengt mee dat, nu appellant het hoger beroep niet heeft ingetrokken, het hoger beroep van appellant door het ontbreken van een procesbelang niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Omdat het Uwv appellant na het instellen van beroep en hoger beroep tegemoet is gekomen, bestaat aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken.
Aanleiding bestaat om het Uwv te veroordelen in de kosten voor verleende rechtsbijstand in bezwaar, beroep en hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 1.050,- in bezwaar voor het ingediende bezwaarschrift en de aanwezigheid op de hoorzitting en op € 1.050,- in beroep voor het indienen van het beroepschrift en de aanwezigheid op de zitting. In hoger beroep worden de proceskosten begroot op € 525,-, voor het indienen van het hoger beroepschrift. Daarnaast komen de kosten van het rapport van de Landelijke Expertisebalie van € 1784,75 inclusief BTW, in aanmerking voor vergoeding. De proceskosten worden vastgesteld op een bedrag van € 4.409,75.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
- veroordeelt het Uwv in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 4.409,75;
- bepaalt dat het Uwv aan appellant het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 172,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Wijna, in tegenwoordigheid van H. Spaargaren als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2020.
(getekend) S. Wijna
(getekend) H. Spaargaren
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.