Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep, 25 juni 2020
ECLI:NL:CRVB:2020:1304Zaaknummer 20/218 WUV
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Datum uitspraak
- 25 juni 2020
- Publicatiedatum
- 29 juni 2020
- Zaaknummer
- 20/218 WUV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanleg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep. Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van
T. Hemelrijk-van den Oudenalder als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 juni 2020.
(getekend) C.H. Bangma
(getekend) T. Hemelrijk-van den Oudenalder
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.
DECISION
The Centrale Raad van Beroep (Central Appeals Court) declares that the appeal cannot be heard.
This decision was given by C.H. Bangma, as presiding judge in the presence of T. Hemelrijk-van den Oudenalder, clerk of the court. The decision was pronounced in public on the 25th of June 2020.
(getekend) C.H. Bangma
(getekend) T. Hemelrijk-van den Oudenalder
Within six weeks after the sending of this copy, the interested party and the administrative body may lodge objections in writing against this decision with the Centrale Raad van Beroep (Central Appeals Court), PO Box 16002, 3500 DA UTRECHT.
The lodger of the written objection may include a request to be allowed to be heard on the objection.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Datum uitspraak: 25 juni 2020
20/218 WUV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het geding tussen:
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats], Canada (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (verweerder)
PROCESVERLOOP
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 19 december 2019, kenmerk BZ011322635.
OVERWEGINGEN
In artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven.
Bij brief van 30 januari 2020 is appellant erop gewezen dat een griffierecht van € 48,- is verschuldigd, en is medegedeeld dat dit bedrag uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van de brief op de in die brief genoemde bankrekening moet zijn bijgeschreven.
Bij aangetekende brief van 1 maart 2020 is appellant nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de datum van deze brief dient te zijn bijgeschreven op de in die brief genoemde bankrekening dan wel contant moet zijn betaald op het bezoekadres van de Raad. Daarbij is erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig wordt betaald, appellant er rekening mee moet houden dat het beroep niet inhoudelijk behandeld zal worden.
Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald.
Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van
T. Hemelrijk-van den Oudenalder als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 juni 2020.
(getekend) C.H. Bangma
(getekend) T. Hemelrijk-van den Oudenalder
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.
DECISION
The Centrale Raad van Beroep (Central Appeals Court) declares that the appeal cannot be heard.
This decision was given by C.H. Bangma, as presiding judge in the presence of T. Hemelrijk-van den Oudenalder, clerk of the court. The decision was pronounced in public on the 25th of June 2020.
(getekend) C.H. Bangma
(getekend) T. Hemelrijk-van den Oudenalder
Within six weeks after the sending of this copy, the interested party and the administrative body may lodge objections in writing against this decision with the Centrale Raad van Beroep (Central Appeals Court), PO Box 16002, 3500 DA UTRECHT.
The lodger of the written objection may include a request to be allowed to be heard on the objection.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.