Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 26 mei 2020

ECLI:NL:CRVB:2020:1129Zaaknummer 17/4970 PW

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26 mei 2020
Publicatiedatum
4 augustus 2020
Zaaknummer
17/4970 PW
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Proceskostenveroordeling in hoger beroep.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkenen tot een bedrag van € 525,-.

Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 mei 2020.

(getekend) E.C.R. Schut

(getekend) E. Blijleven-de Vries

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. PROCESVERLOOP
  2. OVERWEGINGEN
  3. BESLISSING

Datum uitspraak: 26 mei 2020

17/4970 PW, 17/4971 PW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 16 mei 2017, 16/7042 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

het dagelijks bestuur Werkzaak Rivierenland (appellant)

[appellant] en [appellante] te [woonplaats] (betrokkenen)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Bij brief van 10 oktober 2019 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.

Namens betrokkenen heeft mr. F. van Willigen, advocaat, verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.

Appellant heeft geen verweerschrift ingediend.

Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.

Aangezien de rechtbank al een veroordeling in de proceskosten in eerste aanleg heeft uitgesproken, staan voor de Raad nog slechts ter beoordeling de in hoger beroep gemaakte kosten.

Gelet hierop wordt appellant veroordeeld in de kosten die betrokkenen in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs hebben moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 525,- in hoger beroep.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkenen tot een bedrag van € 525,-.

Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 mei 2020.

(getekend) E.C.R. Schut

(getekend) E. Blijleven-de Vries

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.