Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep, 26 februari 2019
ECLI:NL:CRVB:2019:840Zaaknummer 18-2707 PW-PV
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Datum uitspraak
- 26 februari 2019
- Publicatiedatum
- 18 maart 2019
- Zaaknummer
- 18-2707 PW-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Alsnog individuele inkomenstoeslag toegekend. Hoger beroep niet ontvankelijk.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
Het college heeft bij besluit van 28 december 2016, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 13 april 2017 (bestreden besluit), de aanvraag van appellant om een individuele inkomenstoeslag voor het jaar 2016 op grond van de Participatiewet afgewezen. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Hangende het hoger beroep heeft het college bij besluit van 14 februari 2019 appellant de individuele inkomenstoeslag voor het jaar 2016/2017 alsnog toegekend. Gelet op de inhoud van zijn brieven van 15 en 21 februari 2019 zal het college appellant de kosten van bezwaar (twee punten, € 1.024,-), de proceskosten in beroep en hoger beroep (drie punten, € 1.536,-) en het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht (€ 172,-) vergoeden.
Aangezien het college aldus volledig is tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellant, heeft hij geen procesbelang meer bij een beoordeling van de aangevallen uitspraak, zodat het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) V.Y. van Almelo (getekend) W.H. Bel
md
Volledige tekst
18 2707 PW-PV
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 13 april 2018, 17/2792 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)
Datum uitspraak: 26 februari 2019
Zitting hebben: W.H. Bel als voorzitter en E.C.R. Schut en G.M.G. Hink als leden
Griffier: V.Y. van Almelo
De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 26 februari 2019. Partijen zijn, met bericht, niet verschenen.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
Het college heeft bij besluit van 28 december 2016, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 13 april 2017 (bestreden besluit), de aanvraag van appellant om een individuele inkomenstoeslag voor het jaar 2016 op grond van de Participatiewet afgewezen. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Hangende het hoger beroep heeft het college bij besluit van 14 februari 2019 appellant de individuele inkomenstoeslag voor het jaar 2016/2017 alsnog toegekend. Gelet op de inhoud van zijn brieven van 15 en 21 februari 2019 zal het college appellant de kosten van bezwaar (twee punten, € 1.024,-), de proceskosten in beroep en hoger beroep (drie punten, € 1.536,-) en het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht (€ 172,-) vergoeden.
Aangezien het college aldus volledig is tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellant, heeft hij geen procesbelang meer bij een beoordeling van de aangevallen uitspraak, zodat het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) V.Y. van Almelo (getekend) W.H. Bel
md
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.