Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 12 december 2019

ECLI:NL:CRVB:2019:4250Zaaknummer 18/2275 WIA-PV

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12 december 2019
Publicatiedatum
23 december 2019
Zaaknummer
18/2275 WIA-PV
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Het oordeel van de rechtbank is juist. De rechtbank heeft terecht geen reden gezien om te twijfelen aan de juistheid van deze FML. Met het in hoger beroep ingebrachte standpunt van de huisarts is onvoldoende onderbouwd dat het oordeel onjuist is nu niet duidelijk is hoe de huisarts tot zijn conclusie komt. De eerder in de procedure ingebrachte medische informatie geeft hiertoe ook geen aanleiding. De rechtbank wordt ook gevolgd in haar oordeel dat het Uwv voldoende heeft gemotiveerd dat de aan de WIA-beoordeling ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht geschikt zijn voor appellant.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen de beslissing op bezwaar van 7 juni 2017 ongegrond verklaard. Bij dat besluit heeft het Uwv appellant met ingang van 21 oktober 2016 in aanmerking gebracht voor een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), berekend naar een arbeidsongeschiktheidsklasse van 35-80%.

Het oordeel van de rechtbank is juist. Het Uwv heeft zorgvuldig onderzoek gedaan naar de psychische en lichamelijk klachten van appellant. In de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 6 januari 2017 zijn hieraan voldoende beperkingen verbonden. De rechtbank heeft terecht geen reden gezien om te twijfelen aan de juistheid van deze FML. Appellant heeft met het in hoger beroep ingebrachte standpunt van de huisarts onvoldoende onderbouwd dat dit oordeel onjuist is nu niet duidelijk is hoe de huisarts tot zijn conclusie komt. De eerder in de procedure ingebrachte medische informatie geeft hiertoe ook geen aanleiding.

Omdat de daarvoor benodigde twijfel aan de medische beoordeling ontbreekt, bestaat geen aanleiding over te gaan tot inschakeling van een deskundige.

De rechtbank wordt ook gevolgd in haar oordeel dat het Uwv voldoende heeft gemotiveerd dat de aan de WIA-beoordeling ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht geschikt zijn voor appellant.

Nu het hoger beroep niet slaagt bestaat geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) E. Diele (getekend) mr. T. Dompeling

Volledige tekst

18 2275 WIA-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 21 maart 2018, 17/3739 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 12 december 2019

Zitting heeft: mr. T. Dompeling, als lid van de enkelvoudige kamer

Griffier: E. de Jong

Ter zitting zijn verschenen: namens appellant mr. N. Desloover. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J.C. Geldof

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen de beslissing op bezwaar van 7 juni 2017 ongegrond verklaard. Bij dat besluit heeft het Uwv appellant met ingang van 21 oktober 2016 in aanmerking gebracht voor een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), berekend naar een arbeidsongeschiktheidsklasse van 35-80%.

Het oordeel van de rechtbank is juist. Het Uwv heeft zorgvuldig onderzoek gedaan naar de psychische en lichamelijk klachten van appellant. In de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 6 januari 2017 zijn hieraan voldoende beperkingen verbonden. De rechtbank heeft terecht geen reden gezien om te twijfelen aan de juistheid van deze FML. Appellant heeft met het in hoger beroep ingebrachte standpunt van de huisarts onvoldoende onderbouwd dat dit oordeel onjuist is nu niet duidelijk is hoe de huisarts tot zijn conclusie komt. De eerder in de procedure ingebrachte medische informatie geeft hiertoe ook geen aanleiding.

Omdat de daarvoor benodigde twijfel aan de medische beoordeling ontbreekt, bestaat geen aanleiding over te gaan tot inschakeling van een deskundige.

De rechtbank wordt ook gevolgd in haar oordeel dat het Uwv voldoende heeft gemotiveerd dat de aan de WIA-beoordeling ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht geschikt zijn voor appellant.

Nu het hoger beroep niet slaagt bestaat geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) E. Diele (getekend) mr. T. Dompeling

Samenhangende uitspraken

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.