Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 15 januari 2019

ECLI:NL:CRVB:2019:383Zaaknummer 17/2994 PW-PV

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15 januari 2019
Publicatiedatum
12 februari 2019
Zaaknummer
17/2994 PW-PV
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Hoger beroep is niet-ontvankelijk. Appellant is overleden en er zijn geen erfgenamen die zich na publicatie in de Staatscourant hebben gemeld.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Appellant is op 18 maart 2018 overleden. Niet is gebleken van erfgenamen die appellant als partij in het onderhavige geding zijn opgevolgd en de procedure willen voortzetten. Na aankondiging in de Staatscourant hebben zich eveneens geen belanghebbenden gemeld.

Dit betekent dat het processuele belang aan de beoordeling van het hoger beroep is komen te ontvallen. Om die reden wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) F.H.R.M. Robbers (getekend) J.L. Boxum

md

Volledige tekst

17 2994 PW-PV, 17/3004 BBZ-PV

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 6 maart 2017, 16/900 en 16/901 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

wijlen [Appellant], destijds wonende te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Maastricht (college)

Datum uitspraak: 15 januari 2019

Zitting hebben: J.L. Boxum als voorzitter en E.C.R. Schut en P.W. van Straalen als leden

Griffier: F.H.R.M. Robbers

Appellant is op 18 maart 2018 overleden. In verband met zijn overlijden heeft zijn gemachtigde zich teruggetrokken en is dus ook niet ter zitting verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I. Aydogan.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Appellant is op 18 maart 2018 overleden. Niet is gebleken van erfgenamen die appellant als partij in het onderhavige geding zijn opgevolgd en de procedure willen voortzetten. Na aankondiging in de Staatscourant hebben zich eveneens geen belanghebbenden gemeld.

Dit betekent dat het processuele belang aan de beoordeling van het hoger beroep is komen te ontvallen. Om die reden wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) F.H.R.M. Robbers (getekend) J.L. Boxum

md

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.