Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 2 oktober 2019

ECLI:NL:CRVB:2019:3219Zaaknummer 17/7390 WAO

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
2 oktober 2019
Publicatiedatum
14 oktober 2019
Zaaknummer
17/7390 WAO
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Na het overlijden van appellant is niet gebleken van erfgenamen die appellant in dit geding zijn opgevolgd en die het geding zouden willen voortzetten. Ook na de aankondiging in de Staatscourant hebben zich geen belanghebbenden gemeld met het verzoek als partij aan het geding te mogen deelnemen. Geen processueel belang hoger beroep.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van

R.H. Koopman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2019.

(getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen

(getekend) R.H. Koopman

RB

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 17 7390 WAO
  2. OVERWEGINGEN
  3. BESLISSING
  4. RB

17 7390 WAO

Datum uitspraak: 2 oktober 2019

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van

26 oktober 2017, 17/773 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

wijlen [appellant], in leven laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het is de Raad gebleken dat appellant op 28 februari 2019 is overleden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 juni 2019 alwaar zich namens appellant niemand heeft gemeld. Het Uwv was vertegenwoordigd door L. den Hartog.

Het onderzoek ter zitting is geschorst.

De Raad heeft, gelet op het bepaalde in artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in de Staatscourant van 1 augustus 2019 aangekondigd dat het onderzoek ter zitting zal worden voortgezet op 12 september 2019.

Van de zijde van de erfgenamen van appellant is niemand ter zitting verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. R.E.J.P.M. Rutten.

OVERWEGINGEN

1. Appellant is [in] 2019 overleden. Daarmee is zijn belang bij voortzetting van het geding komen te vervallen.

2. Niet gebleken is van erfgenamen die appellant in dit geding zijn opgevolgd en die het geding zouden willen voortzetten. Ook na de aankondiging in de Staatscourant hebben zich geen belanghebbenden gemeld met het verzoek als partij aan het geding te mogen deelnemen.

3. Uit het voorgaande volgt dat het processuele belang aan de beoordeling van het hoger beroep is komen te ontvallen. Het hoger beroep zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard.

4. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van

R.H. Koopman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2019.

(getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen

(getekend) R.H. Koopman

RB

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.