Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep, 17 september 2019
ECLI:NL:CRVB:2019:3094Zaaknummer 18/857 WWB-PV
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Datum uitspraak
- 17 september 2019
- Publicatiedatum
- 30 september 2019
- Zaaknummer
- 18/857 WWB-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Het college is geen dwangsom verschuldigd. De onherroepelijkheid van besluiten is geen voorwaarde voor tijdig beslissen.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraken 1, 2 en 3.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
In de betrokken procedures heeft het college vastgesteld dat hij geen dwangsom is verschuldigd en daarbij heeft het college toepassing gegeven aan artikel 4:17, zesde lid, aanhef en onder c, in samenhang met artikel 7:14 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Niet in geschil is dat de onderliggende bezwaarschriften kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond zijn verklaard. In hoger beroep, zo is ter zitting gebleken, heeft appellante aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het er niet toe doet dat de besluiten op de onderliggende bezwaarschriften wel of niet onherroepelijk zijn. Deze beroepsgrond slaagt niet, omdat de bedoelde onherroepelijkheid voor de toepassing van artikel 4:17, zesde lid, aanhef en onder c, van de Awb geen voorwaarde is.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) V.Y. van Almelo (getekend) A. Stehouwer
IJ
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
18 857 WWB-PV, 18/872 WWB-PV, 18/873 WWB-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op de hoger beroepen tegen de uitspraken van de rechtbank Den Haag van 28 december 2017, 14/4734 (aangevallen uitspraak 1), 14/4757 (aangevallen uitspraak 2) en 14/4759 (aangevallen uitspraak 3)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Leiderdorp (college)
Datum uitspraak: 17 september 2019
Zitting heeft: A. Stehouwer, lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: V.Y. van Almelo
Appellante is verschenen. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraken 1, 2 en 3.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
In de betrokken procedures heeft het college vastgesteld dat hij geen dwangsom is verschuldigd en daarbij heeft het college toepassing gegeven aan artikel 4:17, zesde lid, aanhef en onder c, in samenhang met artikel 7:14 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Niet in geschil is dat de onderliggende bezwaarschriften kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond zijn verklaard. In hoger beroep, zo is ter zitting gebleken, heeft appellante aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het er niet toe doet dat de besluiten op de onderliggende bezwaarschriften wel of niet onherroepelijk zijn. Deze beroepsgrond slaagt niet, omdat de bedoelde onherroepelijkheid voor de toepassing van artikel 4:17, zesde lid, aanhef en onder c, van de Awb geen voorwaarde is.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) V.Y. van Almelo (getekend) A. Stehouwer
IJ
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.