Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep, 27 december 2018
ECLI:NL:CRVB:2018:4299Zaaknummer 18/2870 AOW-V
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Datum uitspraak
- 27 december 2018
- Publicatiedatum
- 10 januari 2019
- Zaaknummer
- 18/2870 AOW-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzet ongegrond.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van M.A.E. Lageweg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 december 2018.
(getekend) H.C.P. Venema
(getekend) M.A.E. Lageweg
LO
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Datum uitspraak: 27 december 2018
18/2870 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 16 maart 2018, 17/3355 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 2 augustus 2018 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 13 november 2018, waar partijen niet zijn verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 2 augustus 2018 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 30 april 2018. Het hogerberoepschrift is op 24 mei 2018 ontvangen. Daarmee staat vast dat het hogerberoepchrift niet tijdig is ingediend.
In verzet heeft appellant nogmaals aangevoerd dat zijn woonomstandigheden niet gunstig zijn voor het ontvangen van schriftelijke communicatie. Als appellant een brief ontvangt moet hij op zoek gaan naar iemand die de brief kan vertalen en/of iemand die zijn belangen kan behartigen. Dit kost enige tijd. Daarnaast heeft appellant zijn zoon vorig jaar verloren en dit enorme verlies heeft zijn weerslag op de geestestoestand van appellant.
De Raad is van oordeel dat appellant geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
Appellant heeft geen bewijsstukken overgelegd waaruit kan worden afgeleid dat hij de aangevallen uitspraak heeft ontvangen op een tijdstip waarop niet meer tijdig hoger beroep kon worden ingesteld. Het is aan appellant om tijdige afhandeling van post mogelijk te maken, indien hij post moet laten vertalen. Met begrip voor de moeilijke omstandigheden waarin appellant door het verlies van zijn zoon verkeert, ziet de Raad geen aanknopingspunt voor de vaststelling dat appellant binnen de termijn niet in staat is geweest hoger beroep in te (laten) stellen.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van M.A.E. Lageweg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 december 2018.
(getekend) H.C.P. Venema
(getekend) M.A.E. Lageweg
LO
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.