Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep, 27 december 2018
ECLI:NL:CRVB:2018:4272Zaaknummer 17/7499 PW-V
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Datum uitspraak
- 27 december 2018
- Publicatiedatum
- 8 januari 2019
- Zaaknummer
- 17/7499 PW-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Te laat verzet ingesteld. Niet verschoonbaar.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van M.A.E. Lageweg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 december 2018.
(getekend) H.C.P. Venema
(getekend) M.A.E. Lageweg
MD
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Datum uitspraak: 27 december 2018
17/7499 PW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de
Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 9 oktober 2017, 17/3725 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (college)
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de
Algemene wet bestuursrecht van 3 juli 2018 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
De gemachtigde van appellante heeft verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 13 november 2018. Voor appellante is verschenen M.R.M. Manders. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 3 juli 2018 berust op de overwegingen dat het griffierecht niet binnen de in de brief van 4 april 2018 gestelde termijn is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
De Raad ziet zich allereerst, ambtshalve, gesteld voor de vraag naar de ontvankelijkheid van het verzet.
De laatste dag waarop tijdig een verzetschrift kon worden ingediend was 14 augustus 2018. Het door de gemachtigde van appellante ingediende verzetschrift is, per fax, op
27 augustus 2018 bij de Raad binnengekomen. De termijn voor het indienen van een verzetschrift is aldus overschreden.
In verzet heeft de gemachtigde van appellante – voor zover van belang – te kennen gegeven dat het verzetschrift op 13 augustus 2018 per post naar de Raad is toegezonden.
De Raad is van oordeel dat de gemachtigde van appellante in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. Het risico dat een per gewone post verzonden poststuk de geadresseerde niet tijdig bereikt, komt voor rekening van de verzender van dat poststuk.
Dit betekent dat het verzet niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van M.A.E. Lageweg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 december 2018.
(getekend) H.C.P. Venema
(getekend) M.A.E. Lageweg
MD
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2019:375 http://psi.rechtspraak/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2019:375 Hoge Raad, 15 maart 2019 (belastingrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.