Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep, 5 december 2018
ECLI:NL:CRVB:2018:4232Zaaknummer 18/537 WIA-PV
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Datum uitspraak
- 5 december 2018
- Publicatiedatum
- 7 januari 2019
- Zaaknummer
- 18/537 WIA-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Het oordeel van de rechtbank dat het Uwv terecht heeft vastgesteld dat voor appellante per 15 september 2015 geen recht is ontstaan op een WIA‑uitkering en de overwegingen die tot dat oordeel hebben geleid worden volledig onderschreven.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
De rechtbank is uitgebreid ingegaan op de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien voor verdergaande beperkingen dan neergelegd in de door het Uwv gehanteerde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 3 augustus 2015. De rechtbank heeft in haar oordeel betrokken wat de door appellante ingeschakelde verzekeringsarts L. ten Hove in haar rapport van 10 november 2016 en haar andere toelichting daarop van 9 mei 2017 heeft gesteld over de zitmogelijkheden van appellante bij gebruik van een artrodesezitting. Ook heeft de rechtbank in haar oordeel betrokken dat Ten Hove in haar rapport heeft gesteld verder geen aanleiding te zien voor verdergaande beperkingen dan neergelegd in de FML van 3 augustus 2015.
Appellante heeft in hoger beroep haar standpunt, dat het Uwv haar medische situatie te rooskleurig heeft ingeschat, niet onderbouwd. Ter zitting heeft appellante voorts niet kunnen onderbouwen op welke punten de aangevallen uitspraak, gelet ook op wat Ten Hove over haar mogelijkheden heeft gezegd, niet juist is.
Het oordeel van de rechtbank dat het Uwv terecht heeft vastgesteld dat voor appellante per 15 september 2015 geen recht is ontstaan op een WIA‑uitkering en de overwegingen die tot dat oordeel hebben geleid worden volledig onderschreven.
2. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend.) R.H. Budde (getekend.) A.I. van der Kris
NW
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
18 537 WIA-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 14 december 2017, 16/2848 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
[werkgeefster] (werkgeefster)
Datum uitspraak: 5 december 2018
Zitting heeft: A.I. van der Kris.
Griffier: R.H. Budde.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 december 2018. Appellante heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.P. van Stralen, advocaat. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.M.M. Schalkwijk. Namens werkgeefster zijn verschenen mr. M.G. Blokziel, advocaat, en [naam], directeur.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
De rechtbank is uitgebreid ingegaan op de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien voor verdergaande beperkingen dan neergelegd in de door het Uwv gehanteerde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 3 augustus 2015. De rechtbank heeft in haar oordeel betrokken wat de door appellante ingeschakelde verzekeringsarts L. ten Hove in haar rapport van 10 november 2016 en haar andere toelichting daarop van 9 mei 2017 heeft gesteld over de zitmogelijkheden van appellante bij gebruik van een artrodesezitting. Ook heeft de rechtbank in haar oordeel betrokken dat Ten Hove in haar rapport heeft gesteld verder geen aanleiding te zien voor verdergaande beperkingen dan neergelegd in de FML van 3 augustus 2015.
Appellante heeft in hoger beroep haar standpunt, dat het Uwv haar medische situatie te rooskleurig heeft ingeschat, niet onderbouwd. Ter zitting heeft appellante voorts niet kunnen onderbouwen op welke punten de aangevallen uitspraak, gelet ook op wat Ten Hove over haar mogelijkheden heeft gezegd, niet juist is.
Het oordeel van de rechtbank dat het Uwv terecht heeft vastgesteld dat voor appellante per 15 september 2015 geen recht is ontstaan op een WIA‑uitkering en de overwegingen die tot dat oordeel hebben geleid worden volledig onderschreven.
2. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend.) R.H. Budde (getekend.) A.I. van der Kris
NW
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.