Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 4 december 2018

ECLI:NL:CRVB:2018:4194Zaaknummer 17/1868 PW-PV

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
4 december 2018
Publicatiedatum
3 januari 2019
Zaaknummer
17/1868 PW-PV
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag. Vermogen. Geen opeisbare schuld.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Dit betekent dat het college de aanvraag om bijstand van appellant van 1 december 2015 terecht heeft afgewezen wegens een te hoog eigen vermogen.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

De te beoordelen periode loopt van 1 december 2015 tot 28 januari 2016, de datum van het besluit tot afwijzing van de aanvraag. Appellant heeft met de ongedateerde en achteraf opgestelde verklaring van lening (Darlehensvertrag) niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een tijdens de bijstandverlening opeisbare vordering, die de vader van appellant ook daadwerkelijk afdwingt. Deze lening hoeft dan ook niet te worden afgetrokken van het eigen vermogen.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) J.M.M. van Dalen (getekend) J.N.A. Bootsma

LO

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 17 1868 PW-PV
  2. BESLISSING
  3. LO

17 1868 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 31 januari 2017, 16/2239 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Groningen (college)

Datum uitspraak: 4 december 2018

Zitting hebben: J.N.A. Bootsma als voorzitter en Y.J. Klik en A.M. Overbeeke als leden.

Griffier: J.M.M. van Dalen

Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. N. Hollander, advocaat. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Dit betekent dat het college de aanvraag om bijstand van appellant van 1 december 2015 terecht heeft afgewezen wegens een te hoog eigen vermogen.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

De te beoordelen periode loopt van 1 december 2015 tot 28 januari 2016, de datum van het besluit tot afwijzing van de aanvraag. Appellant heeft met de ongedateerde en achteraf opgestelde verklaring van lening (Darlehensvertrag) niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een tijdens de bijstandverlening opeisbare vordering, die de vader van appellant ook daadwerkelijk afdwingt. Deze lening hoeft dan ook niet te worden afgetrokken van het eigen vermogen.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) J.M.M. van Dalen (getekend) J.N.A. Bootsma

LO

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.