Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep, 30 oktober 2018
ECLI:NL:CRVB:2018:3512Zaaknummer 18/406 PW-PV
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Datum uitspraak
- 30 oktober 2018
- Publicatiedatum
- 13 november 2018
- Zaaknummer
- 18/406 PW-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Terecht niet-ontvankelijk verklaard. Geen verschoonbare termijnoverschrijding in bezwaar.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Bij besluit van 18 juli 2017 heeft de Svb het bezwaarschrift tegen de besluiten van
9 februari 2017 en 9 mei 2017 over terugvordering en aflossing daarvan van de bijstand in de vorm van een aanvullende inkomensvoorziening ouderen op grond van de Participatiewet (PW) niet-ontvankelijk verklaard wegens een niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het besluit van 18 juli 2017 ongegrond verklaard.
3. Appellanten hebben in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak aangevoerd dat appellant hoogbejaard is, destijds ernstig ziek was en vijf dagen per week naar het ziekenhuis ging voor dialyse, en in de periode die volgde op zijn ziekenhuisopname van 27 tot 31 januari 2017 intensieve verzorging nodig had, die appellante hem bood. Appellante zorgde daarnaast voor hun gehandicapte zoon. Zij waren daarom niet in staat om tijdig een bezwaarschrift in te dienen. Daarnaast hebben zij aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte geen gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid om de terugvordering te matigen.
4. Wat appellanten hebben aangevoerd kan de termijnoverschrijding van het bezwaarschrift niet verontschuldigen. De door hen aangevoerde omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, leiden niet tot de conclusie dat zij gedurende de bezwaartermijn in het geheel niet in staat waren om, al dan niet met hulp van derden, tijdig bezwaar te maken tegen de besluiten van 9 februari 2017 en 9 mei 2017. De Svb heeft het bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk verklaard. Aan een beoordeling van de inhoudelijke beroepsgronden komt de Raad niet toe, dus ook niet aan de vraag of aanleiding bestond tot matiging van de terugvordering. Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) C.A.E. Bon (getekend) W.H. Bel
IJ
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
18 406 PW-PV
Datum uitspraak: 30 oktober 2018
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 30 november 2017, 17/5065 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] (appellant) en [Appellante] (appellante), beiden te [woonplaats]
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Zitting heeft: W.H. Bel, lid van de enkelvoudige kamer.
Griffier: C.A.E. Bon
Namens appellanten zijn verschenen mr. G.P. Dayala, advocaat, en [naam dochter], dochter van appellanten. De Svb is, met bericht, niet verschenen.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Bij besluit van 18 juli 2017 heeft de Svb het bezwaarschrift tegen de besluiten van
9 februari 2017 en 9 mei 2017 over terugvordering en aflossing daarvan van de bijstand in de vorm van een aanvullende inkomensvoorziening ouderen op grond van de Participatiewet (PW) niet-ontvankelijk verklaard wegens een niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het besluit van 18 juli 2017 ongegrond verklaard.
3. Appellanten hebben in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak aangevoerd dat appellant hoogbejaard is, destijds ernstig ziek was en vijf dagen per week naar het ziekenhuis ging voor dialyse, en in de periode die volgde op zijn ziekenhuisopname van 27 tot 31 januari 2017 intensieve verzorging nodig had, die appellante hem bood. Appellante zorgde daarnaast voor hun gehandicapte zoon. Zij waren daarom niet in staat om tijdig een bezwaarschrift in te dienen. Daarnaast hebben zij aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte geen gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid om de terugvordering te matigen.
4. Wat appellanten hebben aangevoerd kan de termijnoverschrijding van het bezwaarschrift niet verontschuldigen. De door hen aangevoerde omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, leiden niet tot de conclusie dat zij gedurende de bezwaartermijn in het geheel niet in staat waren om, al dan niet met hulp van derden, tijdig bezwaar te maken tegen de besluiten van 9 februari 2017 en 9 mei 2017. De Svb heeft het bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk verklaard. Aan een beoordeling van de inhoudelijke beroepsgronden komt de Raad niet toe, dus ook niet aan de vraag of aanleiding bestond tot matiging van de terugvordering. Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) C.A.E. Bon (getekend) W.H. Bel
IJ
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.