Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep, 15 november 2016
ECLI:NL:CRVB:2016:4373Zaaknummer 15/8005 WWB
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Datum uitspraak
- 15 november 2016
- Publicatiedatum
- 22 november 2016
- Zaaknummer
- 15/8005 WWB
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Veroordeling in kosten bij geheel tegemoet komen.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het college in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.984,-.
Deze uitspraak is gedaan door W.F. Claessens, in tegenwoordigheid van
E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
15 november 2016.
(getekend) W.F. Claessens
(getekend) E. Blijleven-de Vries
HD
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Datum uitspraak: 15 november 2016
15/8005 WWB, 16/3547 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 27 oktober 2015, 15/2955 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. S. Ettalhaoui, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 7 juni 2016 heeft mr. Ettahaoui namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
Het college heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.
OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Vastgesteld wordt dat het hoger beroep is ingetrokken omdat met het besluit van 19 mei 2016 aan appellante is tegemoetgekomen.
Het college wordt veroordeeld in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op
€ 496,- in bezwaar € 992,- in beroep en € 496,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het college in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.984,-.
Deze uitspraak is gedaan door W.F. Claessens, in tegenwoordigheid van
E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
15 november 2016.
(getekend) W.F. Claessens
(getekend) E. Blijleven-de Vries
HD
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.