Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 30 augustus 2016

ECLI:NL:CRVB:2016:3365Zaaknummer 15/2668 WAO-V

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
30 augustus 2016
Publicatiedatum
15 september 2016
Zaaknummer
15/2668 WAO-V
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Verzet
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Verzet ongegrond.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 26 februari 2016 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.

In het verzetschrift heeft appellant aangevoerd dat hij het griffierecht naar de Raad heeft overgemaakt.

Appellant heeft zijn stelling dat hij het griffierecht heeft overgemaakt niet met stukken onderbouwd. De Raad is daarom van oordeel dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) N. Talhaoui (getekend) T.G.M. Simons

NW

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. BESLISSING
  2. GRONDEN VAN DE BESLISSING
  3. NW

Datum uitspraak: 30 augustus 2016

15/2668 WAO-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 1 april 2015, 14/6786 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

Zitting heeft: T.G.M. Simons

Griffier: N. Talhaoui

Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 26 februari 2016 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.

In het verzetschrift heeft appellant aangevoerd dat hij het griffierecht naar de Raad heeft overgemaakt.

Appellant heeft zijn stelling dat hij het griffierecht heeft overgemaakt niet met stukken onderbouwd. De Raad is daarom van oordeel dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) N. Talhaoui (getekend) T.G.M. Simons

NW

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.