Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 1 september 2016

ECLI:NL:CRVB:2016:3251Zaaknummer 14/4437 WIA-V

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
1 september 2016
Publicatiedatum
2 september 2016
Zaaknummer
14/4437 WIA-V
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Verzet
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Griffierecht te laat betaald. Verplichtingen schuldsanering. Appellant was te goeder trouw. Bijzondere omstandigheden. Redelijkerwijs kan niet worden gezegd dat appellant in verzuim is geweest.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van M.S. Boomhouwer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 september 2016.

(getekend) T.G.M. Simons

(getekend) M.S. Boomhouwer

SS

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. PROCESVERLOOP
  2. OVERWEGINGEN
  3. BESLISSING
  4. SS

Datum uitspraak: 1 september 2016

14/4437 WIA-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 24 juni 2014, 13/2387 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 27 november 2015 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Appellant heeft verzet gedaan.

Bij brief van 10 juni 2016 heeft mr. K. Çelik, advocaat, zich gesteld als gemachtigde van appellant.

Het verzet is behandeld ter zitting van 21 juli 2016. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Çelik. Het Uwv heeft zich, met voorafgaand bericht, niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 27 november 2015 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht pas na het verstrijken van de bij - aangetekend verzonden - brief van 9 april 2015 gestelde termijn is bijgeschreven op de rekening van de Raad, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Ter zitting is naar voren gekomen dat appellant te goeder trouw heeft geprobeerd niet in strijd te komen met de verplichtingen die op grond van de Wet schuldsanering natuurlijke personen toen op hem rustten en het griffierecht heeft betaald zodra hij, mede op grond van een mededeling van zijn bewindvoerder, meende dat van schending van die verplichtingen geen sprake meer zou zijn. In deze - bijzondere - omstandigheden kan redelijkerwijs niet worden gezegd dat appellant in verzuim is geweest. Het verzet is daarom gegrond.

Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 27 november 2015 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van M.S. Boomhouwer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 september 2016.

(getekend) T.G.M. Simons

(getekend) M.S. Boomhouwer

SS

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.