Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 28 juni 2016

ECLI:NL:CRVB:2016:2649Zaaknummer 15-5152 WWB-PV

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
28 juni 2016
Publicatiedatum
18 juli 2016
Zaaknummer
15-5152 WWB-PV
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Maatregel. Niet behouden arbeid. WSW.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- vernietigt de aangevallen uitspraak en verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het besluit van 4 december 2014 voor zover de verlaging gedurende één maand is gehandhaafd;

- herroept het besluit van 22 augustus 2014 in zoverre en bepaalt dat deze uitspraak daarvoor in de plaats treedt;

- veroordeelt het college in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 2.480,-;

- bepaalt dat het college het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht vergoedt tot een bedrag van € 167,-.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Bij besluit van 22 augustus 2014, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 4 december 2014, heeft het college appellant met ingang van 2 juni 2014 bijstand ingevolgde de Wet werk en bijstand (WWB) toegekend. De bijstand is over de periode 2 juni 2014 tot en met 1 juli met 100% verlaagd omdat appellant door zijn toedoen algemeen geaccepteerde arbeid niet heeft behouden. Ten tijde van belang beschikte appellant over een indicatie op grond van de Wet sociale werkvoorziening.

Gelet op artikel 9, vijfde lid, van de WWB zoals die luidde ten tijde in geding, gold voor appellant de verplichting van artikel 9, eerste lid, onder a, van de WWB, te weten het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid, niet. Bij brief van 20 april 2016 heeft het college erkend dat hij de maatregel ten onrechte heeft opgelegd. Nu het college ook geen andere grondslag voor de maatregel heeft geduid moet de opgelegde maatregel worden herroepen.

Kosten

Aanleiding bestaat om het college te veroordelen in de kosten van appellant wegens verleende rechtsbijstand. Deze kosten worden begroot op € 992,- in bezwaar, € 992,- in beroep en op

€ 496,- in hoger beroep, in totaal € 2.480,-.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) C. Moustaïne (getekend) O.L.H.W.I. Korte

Voor eensluidend afschrift

de griffier van de

Centrale Raad van Beroep

HD

Volledige tekst

15/5152 WWB-PV

Datum uitspraak: 28 juni 2016

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 2 juni 2015, 15/53 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg (college)

Zitting heeft: O.L.H.W.I. Korte

Griffier: C. Moustaïne

Appellant is, met bericht, niet verschenen. Het college is niet verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- vernietigt de aangevallen uitspraak en verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het besluit van 4 december 2014 voor zover de verlaging gedurende één maand is gehandhaafd;

- herroept het besluit van 22 augustus 2014 in zoverre en bepaalt dat deze uitspraak daarvoor in de plaats treedt;

- veroordeelt het college in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 2.480,-;

- bepaalt dat het college het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht vergoedt tot een bedrag van € 167,-.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Bij besluit van 22 augustus 2014, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 4 december 2014, heeft het college appellant met ingang van 2 juni 2014 bijstand ingevolgde de Wet werk en bijstand (WWB) toegekend. De bijstand is over de periode 2 juni 2014 tot en met 1 juli met 100% verlaagd omdat appellant door zijn toedoen algemeen geaccepteerde arbeid niet heeft behouden. Ten tijde van belang beschikte appellant over een indicatie op grond van de Wet sociale werkvoorziening.

Gelet op artikel 9, vijfde lid, van de WWB zoals die luidde ten tijde in geding, gold voor appellant de verplichting van artikel 9, eerste lid, onder a, van de WWB, te weten het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid, niet. Bij brief van 20 april 2016 heeft het college erkend dat hij de maatregel ten onrechte heeft opgelegd. Nu het college ook geen andere grondslag voor de maatregel heeft geduid moet de opgelegde maatregel worden herroepen.

Kosten

Aanleiding bestaat om het college te veroordelen in de kosten van appellant wegens verleende rechtsbijstand. Deze kosten worden begroot op € 992,- in bezwaar, € 992,- in beroep en op

€ 496,- in hoger beroep, in totaal € 2.480,-.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) C. Moustaïne (getekend) O.L.H.W.I. Korte

Voor eensluidend afschrift

de griffier van de

Centrale Raad van Beroep

HD

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.