Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 28 juni 2016

ECLI:NL:CRVB:2016:2606Zaaknummer 15/6531 BABW-V

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
28 juni 2016
Publicatiedatum
13 juli 2016
Zaaknummer
15/6531 BABW-V
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzet niet-ontvankelijk. Geen belang.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- verklaart het verzet niet-ontvankelijk;

- bepaalt dat het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 123,- door de griffier van de Centrale Raad van Beroep wordt terugbetaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 24 februari 2016 heeft de Raad het door thans wijlen [betrokkene] (betrokkene) ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.

De moeder van betrokkene heeft de Raad op 13 juni 2016 bericht dat betrokkene is overleden.

De aangevallen uitspraak heeft betrekking op een besluit over de indertijd ten behoeve van betrokkene aangevraagde gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats. Met het overlijden van betrokkene is het belang aan een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep, en dus ook aan een inhoudelijke beoordeling van het verzet, komen te ontvallen. Dit betekent dat het verzet vanwege het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

De Raad ziet aanleiding te bepalen dat het in hoger beroep betaalde griffierecht wordt terugbetaald.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) N. Talhaoui (getekend) T.G.M. Simons

UM

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. BESLISSING
  2. GRONDEN VAN DE BESLISSING
  3. UM

Datum uitspraak: 28 juni 2016

15/6531 BABW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 30 juli 2015, 14/1414 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

de erven en/of rechtverkrijgenden van [betrokkene], laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats]

het college van burgemeester en wethouders van Venray

Zitting heeft: T.G.M. Simons

Griffier: N. Talhaoui

Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- verklaart het verzet niet-ontvankelijk;

- bepaalt dat het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 123,- door de griffier van de Centrale Raad van Beroep wordt terugbetaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 24 februari 2016 heeft de Raad het door thans wijlen [betrokkene] (betrokkene) ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.

De moeder van betrokkene heeft de Raad op 13 juni 2016 bericht dat betrokkene is overleden.

De aangevallen uitspraak heeft betrekking op een besluit over de indertijd ten behoeve van betrokkene aangevraagde gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats. Met het overlijden van betrokkene is het belang aan een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep, en dus ook aan een inhoudelijke beoordeling van het verzet, komen te ontvallen. Dit betekent dat het verzet vanwege het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

De Raad ziet aanleiding te bepalen dat het in hoger beroep betaalde griffierecht wordt terugbetaald.

Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) N. Talhaoui (getekend) T.G.M. Simons

UM

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.