Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep, 10 mei 2016
ECLI:NL:CRVB:2016:1926Zaaknummer 14/5373 WWB-V
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Datum uitspraak
- 10 mei 2016
- Publicatiedatum
- 23 juni 2016
- Zaaknummer
- 14/5373 WWB-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Verzet
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Appellant heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om het griffierecht alsnog te betalen. Verzet ongegrond.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 10 maart 2015 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
Naar aanleiding van het verzetschrift heeft de Raad appellant opnieuw in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen. Van deze gelegenheid heeft appellant geen gebruik gemaakt. Ook heeft hij binnen de betalingstermijn geen beroep op betalingsonmacht gedaan.
In deze omstandigheden moet het verzet ongegrond worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) N. Talhaoui (getekend) T.G.M. Simons
MO
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Datum uitspraak: 10 mei 2016
14/5373 WWB -V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 11 september 2014, 14/1032 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Zwolle (college)
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: N. Talhaoui
Ter zitting is verschenen: A. Guliker, gemachtigde van het college
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 10 maart 2015 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
Naar aanleiding van het verzetschrift heeft de Raad appellant opnieuw in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen. Van deze gelegenheid heeft appellant geen gebruik gemaakt. Ook heeft hij binnen de betalingstermijn geen beroep op betalingsonmacht gedaan.
In deze omstandigheden moet het verzet ongegrond worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) N. Talhaoui (getekend) T.G.M. Simons
MO
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.