Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 10 december 2015

ECLI:NL:CRVB:2015:4674Zaaknummer 15/230 AOW-V

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10 december 2015
Publicatiedatum
23 december 2015
Zaaknummer
15/230 AOW-V
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Proces-verbaal
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Geen bewijs dat griffierecht op tijd is betaald. Verzet ongegrond.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 26 juni 2015 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald, en redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

In verzet heeft appellant aangevoerd dat hij het griffierecht wel heeft betaald.

De Raad is van oordeel dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de uitspraak van 26 juni 2015 onjuist is. Appellant heeft zijn stelling niet met bewijsstukken onderbouwd.

Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal,

De griffier De voorzitter

(getekend) R.G. van den Berg (getekend) T.G.M. Simons

HD

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. BESLISSING
  2. GRONDEN VAN DE BESLISSING
  3. HD

Datum uitspraak: 10 december 2015

15/230 AOW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 13 november 2014, 14/4812 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Zitting heeft: T.G.M. Simons

Griffier: R.G. van den Berg

Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 26 juni 2015 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald, en redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

In verzet heeft appellant aangevoerd dat hij het griffierecht wel heeft betaald.

De Raad is van oordeel dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de uitspraak van 26 juni 2015 onjuist is. Appellant heeft zijn stelling niet met bewijsstukken onderbouwd.

Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal,

De griffier De voorzitter

(getekend) R.G. van den Berg (getekend) T.G.M. Simons

HD

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.