Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep, 24 maart 2015
ECLI:NL:CRVB:2015:1220Zaaknummer 13-4841 ZVW-V
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Datum uitspraak
- 24 maart 2015
- Publicatiedatum
- 16 april 2015
- Zaaknummer
- 13-4841 ZVW-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzet.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 16 juli 2014 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
In het verzetschrift heeft appellant aangegeven dat hij niet in staat is het griffierecht te betalen aangezien hij grote financiële problemen ondervindt. Appellant is sinds 2012 in afwachting van een grote som geld en mag bovendien op grond van zijn geloof geen uitkering aanvragen.
De Raad stelt vast dat appellant (ook) in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven (getekend) T.G.M. Simons
NK
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Datum uitspraak: 24 maart 2015
13/4841 ZVW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 27 augustus 2013, 12/6147 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
Zorginstituut Nederland als rechtsopvolger van het College voor zorgverzekeringen
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: D.W.M. Kaldenhoven
Ter zitting is niemand verschenen
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 16 juli 2014 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
In het verzetschrift heeft appellant aangegeven dat hij niet in staat is het griffierecht te betalen aangezien hij grote financiële problemen ondervindt. Appellant is sinds 2012 in afwachting van een grote som geld en mag bovendien op grond van zijn geloof geen uitkering aanvragen.
De Raad stelt vast dat appellant (ook) in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven (getekend) T.G.M. Simons
NK
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.