Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 18 juli 2014

ECLI:NL:CRVB:2014:2503Zaaknummer 11-1141 WAZ-R

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18 juli 2014
Publicatiedatum
29 juli 2014
Zaaknummer
11-1141 WAZ-R
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 2 april 2014, 11/1141 WAZ, Zie ECLI:NL:CRVB:2014:2502 voor de gerectificeerde tekst.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 2 april 2014, 11/1141 WAZ, als volgt.

Overweging 5 wordt gewijzigd in: “De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten van beroep en hoger beroep van appellante. Deze kosten worden begroot op € 487,- in beroep voor verleende rechtsbijstand (een punt voor het beroepschrift) en op € 1.461,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand (een punt voor het hoger beroepschrift, een punt voor het bijwonen van de zitting, een halve punt voor het indienen van een zienswijze en een halve punt voor het bijwonen van de nadere zitting), in totaal € 1.948,-.”

In de beslissing wordt het vierde gedachtestreepje gewijzigd in: “veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 1.948,-.

Deze uitspraak is gedaan door K. Wentholt als voorzitter en R.E. Bakker en J. Riphagen als leden, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2014.

(getekend) K. Wentholt

(getekend) D.E.P.M. Bary

IvR

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. PROCESVERLOOP
  2. OVERWEGINGEN
  3. BESLISSING

11/1141 WAZ-R

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 2 april 2014, 11/1141 WAZ

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 18 juli 2014

PROCESVERLOOP

Het Uwv heeft er schriftelijk op gewezen dat de uitspraak van de Raad van 2 april 2014, 11/1141 WAZ, een kennelijke fout in rechtsoverweging 5 en in de beslissing bevat.

De Raad heeft daarin aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over een rectificatie van de uitspraak.

Partijen hebben de Raad bericht geen bezwaar te hebben tegen de rectificatie van de uitspraak.

OVERWEGINGEN

1.

De Raad heeft vastgesteld dat er een fout is gemaakt bij de veroordeling in de proceskosten in die zin dat er twee punten zijn toegekend voor het indienen van een beroepschrift en het verschijnen ter zitting bij de rechtbank. Nu zowel appellante als haar raadsman niet ter zitting bij de rechtbank zijn verschenen, dient slechts één punt te worden toegekend. Dit betekent dat de kosten in beroep worden begroot op € 487,- in plaats van € 974,-.

2.

De Raad zal de onder 1 vermelde vergissing herstellen door de uitspraak van 2 april 2014 in evenvermelde zin te rectificeren.

3. Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl en de oorspronkelijke uitspraak zal daaruit worden verwijderd. Het ECLI-nummer van de gerectificeerde uitspraak zal gelijk zijn aan dat van de oorspronkelijke uitspraak.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 2 april 2014, 11/1141 WAZ, als volgt.

Overweging 5 wordt gewijzigd in: “De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten van beroep en hoger beroep van appellante. Deze kosten worden begroot op € 487,- in beroep voor verleende rechtsbijstand (een punt voor het beroepschrift) en op € 1.461,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand (een punt voor het hoger beroepschrift, een punt voor het bijwonen van de zitting, een halve punt voor het indienen van een zienswijze en een halve punt voor het bijwonen van de nadere zitting), in totaal € 1.948,-.”

In de beslissing wordt het vierde gedachtestreepje gewijzigd in: “veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 1.948,-.

Deze uitspraak is gedaan door K. Wentholt als voorzitter en R.E. Bakker en J. Riphagen als leden, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2014.

(getekend) K. Wentholt

(getekend) D.E.P.M. Bary

IvR

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.