Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep, 16 januari 2013
ECLI:NL:CRVB:2013:BY8597Zaaknummer 11-5076 ZW
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Datum uitspraak
- 16 januari 2013
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11-5076 ZW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Herziening
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek om herziening. Verzoekster heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die hadden moeten aantonen dat het gaat om feiten of omstandigheden die hebben plaatsgevonden vóór 6 juli 2011 en die bij verzoekster pas na die datum bekend zijn geworden. Zoals verzoekster zelf al in haar verzoekschrift te kennen heeft gegeven bestaan haar hoofdpijnklachten al langere tijd en is zij ook voor langere tijd onder behandeling bij een psycholoog geweest. Desgevraagd ter zitting heeft verzoekster de vraag of sprake is van nieuwe gezondheidsklachten ontkennend beantwoord. Het rechtsmiddel van herziening is niet bedoeld om een hernieuwde discussie te voeren over de betrokken zaak.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en J.J.T. van den Corput en A.I. van der Kris als leden, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2013.
(getekend) Ch. van Voorst
(getekend) I.J. Penning
JvC
Volledige tekst
11/5076 ZW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 6 juli 2011, 09/3925 ZW
Partijen:
[A. te B.]
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak 16 januari 2013.
PROCESVERLOOP
Verzoekster heeft verzocht om herziening van de hiervoor genoemde uitspraak van de Raad.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 december 2012. Verzoekster is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.J.F. Bär.
OVERWEGINGEN
1. Ingevolge artikel 21, eerste lid, van de Beroepswet en artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2. Bij de uitspraak waarvan thans herziening wordt verzocht heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 3 juni 2009 met nummer 08/7971 bevestigd.
3. Verzoekster heeft thans aangevoerd dat in de uitspraak van de Raad waarvan herziening wordt verzocht, geen rekening is gehouden met haar psychische problemen. Verzoekster heeft daarbij te kennen gegeven dat zij altijd hoofdpijn (migraine) heeft, voor die klachten medicijnen gebruikt en bovendien bekend is bij de psycholoog.
4. De Raad komt tot het volgende oordeel.
4.1. Verzoekster heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb. Hierbij wordt opgemerkt dat verzoekster had moeten aantonen dat het gaat om feiten of omstandigheden die hebben plaatsgevonden vóór 6 juli 2011 en die bij verzoekster pas na die datum bekend zijn geworden. Zoals verzoekster zelf al in haar verzoekschrift te kennen heeft gegeven bestaan haar hoofdpijnklachten al langere tijd en is zij ook voor langere tijd onder behandeling bij een psycholoog geweest. Desgevraagd ter zitting heeft verzoekster de vraag of sprake is van nieuwe gezondheidsklachten ontkennend beantwoord.
4.2. Verzoekster heeft in haar verzoekschrift ook aangegeven dat zij het op prijs zou stellen indien opnieuw naar haar zaak zou worden gekeken. Aan dit verzoek kan geen gevolg worden gegeven, aangezien het rechtsmiddel van herziening niet is bedoeld om een hernieuwde discussie te voeren over de betrokken zaak.
5. Dit betekent dat het onderhavige verzoek niet voldoet aan de in artikel 8:88 van de Awb genoemde voorwaarden en het verzoek daarom moet worden afgewezen.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en J.J.T. van den Corput en A.I. van der Kris als leden, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2013.
(getekend) Ch. van Voorst
(getekend) I.J. Penning
JvC
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 21 Berw
- Artikel 8:88 Awb meer uitspraken over dit artikel
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.