Uitspraak · Socialezekerheidsrecht
Centrale Raad van Beroep, 10 juli 2013
ECLI:NL:CRVB:2013:943Zaaknummer 11-6461 AWBZ
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Datum uitspraak
- 10 juli 2013
- Publicatiedatum
- 11 juli 2013
- Zaaknummer
- 11-6461 AWBZ
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Geen sprake van kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Geen proceskostenveroordeling.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af;
Wijst het verzoek om vergoeding van schade af.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van
E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
10 juli 2013.
(getekend) J. Brand
(getekend) E. Blijleven-de Vries
eh
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
11/6461 AWBZ
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:73a van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 22 september 2011, 10/793 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellante)
Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Op 12 juni 2012 heeft het CIZ een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 22 juli 2012 heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het CIZ te veroordelen in de proceskosten en vergoeding van wettelijke rente. Bij brieven van 17 augustus 2012 en 30 september 2012 heeft appellante haar verzoek nader toegelicht.
Het CIZ heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
OVERWEGINGEN
Artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73 van de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken, omdat het CIZ bij besluit van 12 juni 2012 alsnog aan het bezwaar is tegemoet gekomen.
Aangezien de rechtbank bij de aangevallen uitspraak reeds heeft beslist ten aanzien van de proceskosten die aan de zijde van appellante zijn gevallen in verband met de procedure in eerste aanleg, staan hier slechts de in hoger beroep gemaakte kosten ter beoordeling
Artikel 1, aanhef en onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) bepaalt, voor zover hier van belang, dat een veroordeling in de kosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb uitsluitend betrekking kan hebben op de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Appellante heeft aangegeven met hulp en inzet van mantelzorgers een hoger beroep te hebben geschreven.
Aangezien niet gebleken is van kosten en evenmin van beroepsmatig verleende rechtsbijstand is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De Raad begrijpt uit de in de brieven van 17 augustus 2012 en 30 september 2012 door appellante gegeven toelichting, dat haar verzoek om schadevergoeding betrekking heeft op wettelijke rente over de proceskostenveroordeling. Omdat er geen reden is voor een proceskostenveroordeling wordt dit verzoek alleen al hierom afgewezen.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het CIZ wenden.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af;
Wijst het verzoek om vergoeding van schade af.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van
E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
10 juli 2013.
(getekend) J. Brand
(getekend) E. Blijleven-de Vries
eh
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 8:73a Awb
- Artikel 8:75a Awb meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 21 Berw
- Artikel 8:73 Awb
- Artikel 8:75 Awb meer uitspraken over dit artikel
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.