Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Centrale Raad van Beroep, 16 oktober 2013

ECLI:NL:CRVB:2013:2275Zaaknummer 13-2673 WSF-PV

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16 oktober 2013
Publicatiedatum
5 november 2013
Zaaknummer
13-2673 WSF-PV
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Proces-verbaal van mondelinge uitspraak. Appellant heeft in hoger beroep geen gronden aangevoerd op basis waarvan de aangevallen uitspraak voor onjuist zou moeten worden gehouden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

Appellant heeft in hoger beroep geen gronden aangevoerd op basis waarvan de aangevallen uitspraak voor onjuist zou moeten worden gehouden. De Raad onderschrijft de door de rechtbank gegeven overwegingen en volstaat met een verwijzing daarnaar. De Raad voegt hieraan toe dat uit wat appellant in hoger beroep naar voren heeft gebracht niet kan worden afgeleid dat de brief van appellant van 5 september 2012 aan de IB-Groep was gericht tegen enig besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) I.J. Penning (getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen

TM

Volledige tekst

13/2673 WSF-PV

Datum uitspraak: 16 oktober 2013

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 23 april 2013, 12/2734 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Minister)

Zitting heeft: I.M.J. Hilhorst-Hagen

Griffier: I.J. Penning

Ter zitting zijn verschenen: appellant en mr.drs. E.H.A. van den Berg als vertegenwoordiger van de Minister.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

Appellant heeft in hoger beroep geen gronden aangevoerd op basis waarvan de aangevallen uitspraak voor onjuist zou moeten worden gehouden. De Raad onderschrijft de door de rechtbank gegeven overwegingen en volstaat met een verwijzing daarnaar. De Raad voegt hieraan toe dat uit wat appellant in hoger beroep naar voren heeft gebracht niet kan worden afgeleid dat de brief van appellant van 5 september 2012 aan de IB-Groep was gericht tegen enig besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(getekend) I.J. Penning (getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen

TM

Wetsartikelen in deze uitspraak

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.